AVONDKLOK : of spertijd , werd door de bezetter ingesteld op 7 augustus 1940 en liep over het algemeen van 23u tot 05u , dit was de periode gedurende dewelke de bevolking zich ’s nachts niet op straat mocht begeven en moest binnen blijven . De maatregel werd van in het begin door de bezetter opgelegd om het verzet tegen te gaan en mogelijke geallieerde bombardementen te bemoeilijken . Voor dit laatste diende men tevens de ramen van zijn zijn woning te verduisteren zodat ’s nachts geen licht naar buiten scheen . De avondklok lag niet vast en kon om bepaalde reden worden aangepast en uitgebreid , zoals bij een straf voor verzetsdaden . Voor de joden was de spertijd nog strikter , meestal moesten zij ’s avonds , vroeger (20u) en ’s ochtends , later (07u) , in hun huis blijven . De avondklok verschilde soms van streek tot streek en was verschillend in de zomer en in de winter . Bepaalde beroepen die zich toch binnen de verboden tijdsspanne op straat moesten begeven (dokters , luchtbeschermingsdienst enz.) hadden hiervoor een speciale pas , een Nachtschein , nodig .
NB : ook na de bevrijding werd door de geallieerden de avondklok nog een tijdje gehandhaafd (van middernacht tot 05u).

Bekendmaking door de bezetter en een Nachtschein (uit Nederland) om de avondklok te omzeilen.