AUSCHWITZ-BIRKENAU : grootste en beruchtste concentratie- en vernietigingskamp (sinds 1942 een moordcentrum voor joden) dat de nazi´s in WO II bouwden . Sinds 1979 staat het kamp op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco . Op 27 april 1940 onder leiding van kampcommandant R.Höss* als concentratiekamp in gebruik genomen in het Zuiden van Opper-Silezië in Polen (Auschwitz = Oświęcim en Birkenau = Brzezinka) . Dit symbool van de Endlösung , dat als een concept in het collectief geheugen bestaat , zou tijdens WO II , buiten Auschwitz I (het Stamlager = basiskamp) , Auschwitz II (Auschwitz-Birkenau) en Auschwitz III (Monowitz) , uitgebreid worden met 45 subkampen . Voordien was het hoofdkamp , in het begin van de 20e eeuw een nederzetting , bestaande uit bakstenen huizen en houten barakken voor Poolse seizoenarbeiders op doortocht naar Duitsland . Later werd de locatie een Poolse legerbasis (een artilleriekazerne) en bij het begin van WO II werd deze vanaf september 1939 door de Duitse Wehrmacht omgevormd tot een krijgsgevangenkamp en voor de detentie van politieke gevangen . Maar het kamp werd snel weer gesloten tot de SS besloot er in april 1940 te starten met de omvorming van het complex tot een concentratiekamp (oorspronkelijk , geen vernietigingskamp) , het geheel hermetisch afgesloten en omgeven met wachttorens (miradors) en prikkeldraad (onder stroom 400 volt) . De ligging was hiervoor geschikt wegens de nabije aanwezigheid van een spoorwegknooppunt en bovendien was de omgeving afgeschermd voor mogelijke pottenkijkers , want de lokale bevolking (8 à 9.000 Poolse inwoners) werd rond het kamp door de Duitsers verdreven . Tussen de rivieren Wisła (Vistula = Weichsel) en Soła maakten de nazi’s , over een gebied van 40km2 , het “Interessengebiet des KL Auschwitz” . Door het concentrationeel raakvlak tussen economische en ideologische belangen , evolueerde Auschwitz-Birkenau tijdens de Tweede Wereldoorlog (in 1942) van een KZ naar een moordcentrum .

Beeld van voor WO II met Poolse artilleristen in de toenmalige kazerne en daarnaast een foto van 1940 met de verdrijving van de Poolse inwoners in de nabije omgeving . En verbodsteken om de omgeving van het kamp te betreden . Op het laatste beeld : het hijsen van de SS-vlag in het KZ van Auschwitz (aan het lazaret) .

Aankomst van het eerste jodentransport (uit het Poolse Tarnow) op 14 juni 1940 in Auschwitz.
Op 14 juni 1940 arriveerde het eerste transport met 728 Poolse politieke gevangenen (uit een gevangenis nabij Krakau) . Vanaf 15 augustus 1940 functioneerde (tot juli 1943) een crematorium in Auschwitz I . Pas in het begin van 1941 werd het kamp op bevel van Himmler , omgevormd en uitgebreid tot een kamp voor slavenarbeid (voor IG Farben) . In dezelfde periode had de Duitse chemiegigant , IG Farben besloten , in Dwory , op een paar kilometer van Auschwitz , een fabriek te bouwen en Himmler zag zijn kans om het prestige van de SS te vergroten door een samenwerking met het particuliere bedrijfsleven en de economische ambities van de SS kracht bij te zetten . Hij leverde de slavenarbeiders voor de fabriek , die tegen een dagvergoeding van 3 à 4 Reichsmark (per gevangene) , onmiddellijk welkom waren . In juli 1941 ging SS-arts Horst Schumann* over tot de eerste selectie in het kamp , waarbij uitgeputte gevangenen werden geselecteerd , die elders omgebracht werden met koolstofmonoxide . In hetzelfde jaar zou de SS in het KZ van Auschwitz beginnen met de oppuntstelling als een algemeen bijkomend project : de invoering van een vernietigingskamp voor joden . Het KZ van Auschwitz werd door de SS uitgekozen als het belangrijkste moordcentrum voor de Europese joden en werd vanaf de zomer van 1942 de grootste en perfecte moordfabriek , die de mensheid ooit gekend heeft , hét kamp van de holocaust . Het KZ zou een ware stad , een klein imperium worden en alle Poolse inwoners , rond het complex werden uit hun huizen verdreven ter installering van een zogenaamd “interessegebied” van 40km2 buiten het KZ , voor de logistiek van Auschwitz-Birkenau . In functie van de nazistische vernietigingsmachine werden tussen 3-5 september 1941 in Auschwitz (in de kelder van het Blok 11) de eerste experimenten met vergassingen door zyklon B* uitgevoerd op 600 Russische krijgsgevangenen en 250 zieke Poolse kampbewoners . Op 16 september 1941 vond in het lijkenhuis van het crematorium , dat omgevormd werd tot de eerste gaskamer in het kamp , de tweede vergassing plaats van 900 Russische krijgsgevangenen . Het onderbrengen van een gaskamer en een crematorium in één en hetzelfde gebouw , werd aangenomen als het prototype voor de latere installaties want al vlug bleek , van in oktober 1941 de capaciteit van de gaskamer en het crematorium van Auschwitz I te klein voor massale vergassingen . De lijken konden door het crematorium niet verwerkt worden en ze werden begraven in massagraven op een plek , onttrokken aan het zicht en omgeven door bomen ten noordoosten van het voor later geplande kamp van Birkenau (Auschwitz II) . Vanaf 14 oktober 1941 werd door Russische krijgsgevangenen begonnen met de bouw van Auschwitz II (het kamp van Auschwitz-Birkenau) , waarvoor de firma Topf & Söhne (uit Erfurt) de opdracht kreeg er een crematorium met een grotere capaciteit te bouwen . Op 15 februari 1942 kwam het eerste gekende transport van Poolse joden (uit Beuthen) in Auschwitz aan en de eerste joodse slachtoffers werden nog in het hoofdkamp (Auschwitz I) vergast . Nadien gebeurde dit in de bossen rond Birkenau , waar andere gaskamers werden bijgebouwd waar het grootste deel van de slachtoffers zouden omkomen . Zo ontstond het beruchte “Rode Huis” (gekend als Bunker I) waar sinds mei 1942 een gaskamer in gebruik werd genomen en waarvan de doden , niet in het crematorium terechtkwamen maar door een Sonderkommando uit Auschwitz (bestaande uit ca. 300 joden) , tot 21 september 1942 begraven werden in greppels in naburige weilanden . De Bunker I functioneerde tot maart 1943 en werd in februari 1944 afgebroken.
Locatie van Auschwitz-Birkenau , plan van Auschwitz I (het Stamlager) .1 Bunker I , 2 plaats waar de lijken van Auschwitz I in massagraven werden begraven omdat ze niet konden verbrand worden door het crematorium , op deze plek werden de stoffelijke resten later heropgegraven en op brandstapels verbrand , 3 massagraven van de onverbrande lijken uit Bunker I.
Door de toeloop van Russische krijgsgevangenen werd Birkenau verplicht uit te breiden naar het Noorden om 150.000 Russische KG’s “op te vangen” . Vanaf 30 juni 1942 werd in Birkenau een nieuwe gaskamer in gebruik genomen in het zogenaamde “Witte Huis” (gekend als Bunker II) . Op 21 september 1942 werd besloten de lijken van Bunker I en Bunker II door het Sonderkommando te laten herop te graven en de verbranden op grote brandstapels . De as van de slachtoffers werd daarna , 2km verderop vervoerd door vrachtwagens en in de rivieren de Wisła gegooid (voor Auschwitz I gebeurde dat in de Soła). Tot 30 november 1942 werden op deze wijze 107.000 lijken door het Sonderkommando “verwerkt”. De leden van het Sonderkommando werden op hun beurt op 9 december 1942 in Auschwitz vergast.
De eerste roma & sinti gedeporteerden (23.000) kwamen in Auschwitz aan in februari 1943 en werden in Auschwitz II opgesloten in het zogenaamde zigeunerkamp , waarvan einde mei 1943 de beruchte dokter J.Mengele* de hoofdarts werd .
Vanaf maart 1943 was in Auschwitz II het grote crematorium II functioneel waarmee in 24u , 1.440 lijken konden verbrand worden . Tot einde juni 1943 werd het crematoriumcomplex uitgebreid met nog drie andere crematoria . Vanaf 28 juni 1943 waren de vier crematoria in werking met een capaciteit van 4.756 lijkverbrandingen per dag . Dit terwijl bij elke vergassing , ongeveer 2.000 personen per keer in de gaskamers verdwenen . Indien de vergassing minder dan 200 personen inhield , werden ze niet naar de gaskamer gevoerd maar met een nekschot vermoord in de Bunkers I en II.
Laat ons hier wel opmerken dat de gaskamers geen specifiek fenomeen waren van de moordcentra (en de holocaust) , hun oorsprong lag elders , want ze werden namelijk voordien reeds gebruikt bij de Aktion T4*. In totaal werden gedurende WO II minstens 1.300.000 personen naar Auschwitz gedeporteerd , waarvan het overgrote deel vermoord werden en waarvan er 400.000 geregistreerd werden (onder de geregistreerden waren 130.000 vrouwen , in hoofdzaak joodse vrouwen) . Men schat 1,1 miljoen omgekomen joden (waarvan 210.000 kinderen jonger dan 14 jaar) ,140.000 à 150.000 niet-joodse Polen , 21.000 roma & sinti) 15.000 Russische krijgsgevangenen en 25.000 gevangenen van andere etnische groepen . Van de vooroorlogse joodse bevolking in België kwam in Auschwitz 40% om het leven. Net zoals Dachau in de jaren 1930 en Sachsenhausen bij het begin van WO II , was Auschwitz uitgegroeid tot het middelpunt van het KZ-systeem . Het hoogtepunt van de holocaust in Auschwitz situeerde zich in de periode mei-juli 1944 met de vergassing van ± 350.000 Hongaarse joden , het eerste transport van te vergassen Hongaarse joden bereikte Auschwitz op 16 mei 1944 . Op 24 november 1944 gaf Himmler het bevel de vier crematoria van Auschwitz-Birkenau te vernietigen . Tot de evacuatie van Auschwitz werd door de SS besloten op 17 januari 1945 . Bij het laatste appel waren in het complex van Auschwitz nog 67.012 gedetineerden aanwezig . Het kamp werd door de Russen van het 1e Oekraïense Front bevrijd op 27 januari 1945 om 15u , ze troffen er 7.650 overlevenden aan (waaronder een 700tal kinderen) , die de SS door tijdsgebrek , niet had kunnen vermoorden . Er werden 600 lijken en een massagraf ontdekt . 27 januari werd later aangewezen als de Internationale Holocaust Herdenkingsdag . Auschwitz-Birkenau staat synoniem voor de onbeschrijfelijke en onmenselijke gruwel van het naziregime . Tevens is het een symbool van de holocaust en de judeocide want hier vond de grootste massamoord ooit uit de wereldgeschiedenis plaats . Na de bevrijding door de Russen ging er een ongeziene schok door de wereld , iedereen werd nu geconfronteerd met de gruwel die het naziregime had aangericht . Deze schok zindert tot op heden nog altijd na…
NB : wat het aantal naar Auschwitz gedeporteerde joden betreft lopen de schattingen uiteen , maar algemeen wordt aangenomen dat het ging om : 430.000 uit Hongarije , 300.000 uit Polen , 69.000 uit Frankrijk , 60.000 uit Nederland , 55.000 uit Griekenland , 46.000 uit het protectoraat Bohemen-Moravië , 27.000 uit Slovakije , 25.000 uit België , 23.000 uit Oostenrijk en Duitsland , 10.000 uit Joegoslavië , 7.500 uit Italië , 690 uit Noorwegen en 34.000 getransfereerden uit andere KZ.

Schema van Auschwitz II (Birkenau) . Bij de rode pijlen de Bunkers 1 & 2 en bij de blauwe pijlen de crematoria II.III.IV en V. van Birkenau.

KZ Auschwitz , 17 juli 1942 , Himmler (1) bezoekt en inspecteert het kamp aan de zijde van Max Faust (1891-1980) in burgerpak (2) ,die de hoofdtechnicus van IG Farben in het kampcomplex was , en in gezelschap van de toenmalige kampcommandant , Rudolf Höss* (3).
Auschwitz bestond uit drie complexen : waarvan de benaming officieel door kampcommandant A.Liebehenschel* op 22 november 1943 werd ingesteld .
– Auschwitz I : was het oorspronkelijke hoofdkamp en concentratiekamp (het Stamlager = het basiskamp).
– Auschwitz II : hiermee bedoelde men Auschwitz–Birkenau , waarvan de bouw begon in oktober 1941 en dat oorspronkelijk bedoeld was om Russische krijgsgevangenen in onder te brengen en te vermoorden . In het begin deden de gevangenen ook aan dwangarbeid , maar vanaf maart 1942 zou het kamp (na de aankomst van de eerste joden in Auschwitz II) , uitsluitend dienen als een vernietigingskamp (voor werkonbekwame joden) . De eerste vergassingen vonden plaats in de zogenaamde Bunker I (ook wel het Rode Huis genoemd) , die zich bevond op de noordoostelijke rand van het kamp . Het was een boerderij , die omgevormd werd tot een gaskamer met een capaciteit voor 800 personen . In iets minder dan een jaar werden hier tienduizenden mensen vermoord . Na drie maanden werd , wegens de grote “aanvoer” van slachtoffers , iets verderop een tweede boerderij tot gaskamer getransformeerd in Bunker II (ook wel het Witte Huis genoemd) , ditmaal met een capaciteit van 1.200 personen , werd hiervan gebruikt vanaf 30 juni 1942 . Het was aan deze gaskamer dat Himmler tijdens zijn bezoek aan Auschwitz op 17 juli 1942 , de massavernietiging van een groep Nederlandse joden gadesloeg . De stoffelijke overschotten uit de Bunkers I en II werden eerst begraven in nabijgelegen massagraven , maar vanaf 21 september 1942 werden op bevel van Himmler de reeds 107.000 lichamen terug opgegraven en werden alle lijken vanaf dan , op een een rasterwerk van ijzeren balken in openlucht verbrand (nadien in diepe kuilen) . De opgraving van de lijken werd inderdaad bevolen om geen sporen na te laten van de genocide . Met de vier grotere gaskamers en crematoria (II,III,IV en V) die in de loop van 1943 gebouwd werden en die vanaf de lente van 1943 operationeel waren , werden de Bunker I en II overbodig en op bevel van de SS werd Bunker I afgebroken . Bunker II werd voorlopig behouden en werd in de zomer van 1944 , bij de grote massamoord op de Hongaarse joden , terug actief tot hij in de herfst van 1944 ook vernietigd werd.

Plaats waar de Bunkers 1 (links) en 2 (rechts) zich bevonden en vier grafstenen op de plaats van de massagraven en openlucht verbrandingen.
De 4 nieuwe specifieke moordfabrieken van Birkenau werden “Krematoria” genoemd , maar in feite bestonden ze elk uit een gaskamer en een crematorium (voorzien van de nieuwste verbrandingstechnologie van de firma Topf & Söhne) . De crematoria II en III bestonden elk uit 15 ovens en de crematoria IV en V , elk uit 8 ovens . De gaskamer van de crematoria II en III had een capaciteit tot 3.000 personen . De “vestiaire” (ontkleedruimte) en gaskamer van de crematoria II en III , waren ondergronds waardoor de dodelijke zyklon-kristallen via het dak in de gaskamer werden geworpen , de lijken werden met een goederenlift naar boven gebracht voor verbranding . De crematoria IV en V hadden een ander concept , daar bevonden de vestiaire en gaskamer zich op het gelijkvloers en werden de zyklonkristallen ingebracht langs kleine “vensters” langs de zijkant . In de gaskamer van de crematoria IV en V had een maximale capaciteit van 1.800 à 2.000 personen . De ruimte waar de mensen zich in crematorium V moesten ontkleden , deed tevens dienst als opstapelplaats voor de lijken . Op het einde van het hele proces werd de as van de verbrande lijken in een nabijgelegen poel gegooid . De blikken met zyklon B werden , om de slachtoffers te misleiden aangevoerd met vrachtwagens van het “Rode Kruis”. In oktober 1944 werden 800 kinderen , die voordien met volwassenen vanuit Auschwitz werden overgebracht naar het KZ van Buchenwald om er te werken , werden naar Auschwitz teruggehaald om er op 10 oktober 1944 in het crematorium V vergast te worden . Tot Himmler op 2 november 1944 de opdracht gaf de vergassingen in Birkenau te stoppen werden op deze plek honderdduizenden joden vermoord . Op 25 november 1944 gaf hij het bevel het complex te ontmantelen en de installaties te vernietigen om geen sporen achter te laten van wat zich hier had afgespeeld . In plaats van ze te vergassen werden de gevangenen nu doodgeschoten . Op 18 januari 1945 ging de SS over tot de algemene ontruiming van het kamp waarbij 56.000 gevangenen op dodenmars gezet werden richting het Westen .Tijdens de dodenmars kwamen nog eens 5 à 15.000 slachtoffers om het leven . Drie dagen na de algemene ontruiming van het kamp werden alle gebouwen (ook de crematoria) tussen 20-26 januari 1945 door de Waffen-SS opgeblazen.

Evacuatie van gevangenen (1945) in open treinwagons en overlevenden uit het kamp.

Toegangspoort van Birkenau (bijgebouwd in 1942) en tekening van hoe een transport het kamp binnenreed.

De spoorlijn liep in Birkenau , vanaf de ingangspoort door tot aan de crematoria II en III .

Beelden van de bouw van het crematorium II (links) , het crematorium III en de driedubbele verbrandingsovens in crematorium III . Stoffelijke menselijke resten in een crematorium (kort na de bevrijding van het kamp).
Schematische voorstelling van het crematorium II.

Auschwitz-Birkenau : maquette van de laatste ogenblikken van de joodse slachtoffers zoals voorgesteld in het museum van Auschwitz met de afdaling via de trap , richting vestiaire en het ontkleden van de mensen voor ze naar de gaskamer trekken . En tenslotte de verwerking van de stoffelijke overschotten door het Sonderkommando.

Joodse vrouwen worden naar de gaskamer geleid , met op de achtergrond , het crematorium III . En de restanten van het crematorium III (door de SS opgeblazen op 20 januari 1945) .

Crematorium III : de ingang en de trappen naar beneden naar de ontkleedruimte en op de achtergrond , de plaats van de gaskamer (in functie van juni 1943 tot november 1944) .

Crematorium IV (operationeel vanaf maart 1943) , dat na de opstand van het Sonderkommando op 7 oktober 1944 vernield werd en op het rechter beeld , de huidige locatie.

Crematoria V en de overblijfsels ervan .

De vijver , waar de as werd ingeworpen van de “verwerkte” lijken.
Tussen de crematoria II & III en de crematoria IV & V , bestond sinds 14 december 1943 een speciaal afgesloten deel van het kamp , bestaande uit 30 opslagbarakken . Hier werden de ter plaatse achtergelaten goederen , kleren , schoenen , bagage , persoonlijke bezittingen en soms zelfs meegebracht voedsel van de joden gestockeerd en gesorteerd , die voor hun transport naar Duitsland hadden meegebracht . De gevangenen die hier tewerkgesteld waren , werden het Kanada-Kommando genoemd (“Canada” , genoemd naar het land , omdat er rijkdommen en overvloed aan eten te vinden waren , waardoor de gevangenen tijdelijk konden overleven) . Van deze afdeling blijven nu ook enkel de funderingen over.




Foto’s van het “canada” in Birkenau en de barakken waarin de slavenarbeiders verbleven . Van de site blijven nu enkel de funderingen nog over . Teruggevonden eetgerei aan het canada na de bevrijding van het kamp .
Rechtover het “canada” (en aan de overkant van de weg) bevond zich de zogenaamde “Sauna” . Dit werd in gebruik genomen vanaf december 1943 en was het ontvangst- , registratie- en desinfectiestation voor de nieuwe aangevoerde gevangenen , die arbeidsgeschikt waren . In de sauna werden hun persoonlijke bezittingen en kleren afgenomen , hun hoofd en lichaamshaar werd er geschoren (om ziekten te voorkomen) , ze werden met een douche ontluisd , kregen een tatoeage op de linker voorarm met een individueel gevangenennummer en ze ontvingen er hun kampuniform . De sauna was het eerste contact met het KZ , en tevens een zeer nare ervaring , waarbij de gevangenen een deel van hun identiteit verloren en waarbij de eerste fase van ontmenselijking werd ingezet . Hun naam werd vervangen door een kampnummer en men verdween in de anonimiteit doordat iedereen met een kaal hoofd en een gestreept uniform er hetzelfde uitzag .
NB : Auschwitz was het enige kamp in het Derde Rijk waar het kampnummer van de gevangene op de huid werd aangebracht .



Beelden van de Sauna tijdens de oorlog met de ontkleed- en registratieruimte en gevangenen , die zich in de douches bevinden . Het gebouw werd gerenoveerd en staat er nog steeds.
– Auschwitz III : 4km ten oosten van Auschwitz , dit was de Monowitz-Buna-Werke (vanaf 1 december 1943 bekend onder de naam “Arbeitslager Monowitz”) , voor de productie van synthetische olie en rubber (voor de Duitse oorlogseconomie) als onderdeel van de petrochemische reus , IG Farben. Met de bouw (die gefinancierd werd door IG Farben) van dit complex (met een capaciteit voor 10.000 gevangenen) werd na een overeenkomst tussen IG Farben en de SS , door de gevangenen begonnen in maart-april 1941 . De eerste gedeporteerden kwamen in Auschwitz III aan vanaf eind 1942 . In onderling overleg huurde de fabriek goedkope slavenarbeiders uit het SS kamp van Auschwitz-Birkenau , en als ze onproductief werden , werden ze naar Birkenau teruggestuurd om er vergast te worden . In juli 1944 zaten ± 12.000 gevangenen als arbeiders in Auschwitz III . Door het zeer zware werk en de uithongering , was het sterftecijfer er zeer hoog en de gedetineerden hadden er een levensverwachting van 3 à 4 maanden maximum (met in totaal , ongeveer 25.000 doden) . Daar kwamen vanaf 20 augustus 1944 nog eens de geallieerde bombardementen op de fabriek bij (in totaal vier bombardementen met de laatste op 26 december 1944) . Bij de luchtaanval van 13 september 1944 vielen er per vergissing ook bommen op Auschwitz I . Rond Auschwitz III , waren barakkenkampen voor de huisvesting van 10.000 gevangenen en verplichte tewerkgestelden uit de door Duitsland bezette gebieden , die een relatieve bewegingsvrijheid genoten.

Slavenarbeiders aan het werk in Auschwitz III en het herdenkingsmonument voor de slachtoffers van de Buna-Werke , aan de hoofdingang van de fabriek.
Het KZ van Auschwitz-Birkenau-Monowitz was een stad op zichzelf met alle faciliteiten voor de SS-bestuurders en bewakers . Wat de bevelvoering over het complex betreft werden Auschwitz I (het Stammlager) , Auschwitz II (Auschwitz-Birkenau) en Auschwitz III (Buna-Monowitz) tot november 1943 beheerd door R.Höss*. Toen besliste de centrale dienst van de SS-economie ( WVHA*) om het complex met zijn bijkampen op te splitsen met elk een aparte bevelvoering en R.Höss werd naar Berlijn getransfereerd om er deel uit te maken van het WVHA . In mei-juli 1944 zou hij tijdelijk naar Auschwitz-Birkenau terugkeren om de Aktion Höss* te coördineren . Zo werd vanaf november 1943 Auschwitz I het administratieve hart van het ganse complex en werd het kamp van 11 november 1943 tot 8 mei 1944 geleid door A.Liebehenschel* , die op zijn beurt in mei 1944 opgevolgd werd door R.Baer*.
Auschwitz II werd van 22 november 1943 tot 8 mei 1944 beheerd door F.Hartjenstein* , die daarna tot 25 november 1944 opgevolgd werd door J.Kramer*.
Auschwitz III viel vanaf 11 november 1943 tot 17 januari 1945 onder het bevel van H.Schwartz*.
Enkele weetjes :
. Boven de ingangspoort stond het cynische opschrift : “Arbeit macht frei”. In december 2009 stal de Zweedse neonazi A.Högström tijdelijk het metalen opschrift . Hij werd veroordeeld tot 2j en 8m gevangenis en het bord werd in stukken terug gevonden . Boven de ingangspoort hangt nu een replica , terwijl het originele bord te zien is in het museum van het kamp . De leuze “Arbeit macht frei” werd eveneens aangebracht in de KZ van Sachsenhausen , Theresienstadt , Gross-Rosen , Flossenbürg en Dachau . In de laatste kamp werd in de nacht van 1-2 november 2014 het toegangsbord eveneens gestolen en het werd teruggevonden in het Noorse Bergen in 2016.
NB : merk bij de leuze bij de ingang van Auschwitz op dat de letter “B” ondersteboven staat . Dit was het werk van de Poolse gedetineerde smid , Jan Liwacz (1898-1980) , die het bewust deed als een teken van stil protest en een daad van subtiele rebellie en verzet. Nadien ging men over deze “verzetsdaad” twijfelen , en werd het verhaal omschreven als een mythe .

De omgekeerde “B” en J.Liwacz als gevangene in het kamp en na de oorlog .
. Bij hun aankomst werden de gedeporteerden op het perron (de Judenrampe) door de medische staf geselecteerd . Zij die niet geschikt waren voor arbeid (vooral kinderen en ouderlingen) werden niet geregistreerd en werden onmiddellijk naar de gaskamers geleid . Op het perron werd beslist over leven en dood en zagen vele familieleden mekaar voor het laatst.
. Feitelijk bestond het KZ complex van Auschwitz uit drie perrons , er was het perron naast het kamp van Auschwitz I zelf , het was gelegen op de spoorlijn van Krakau naar Wenen en werd gebruikt bij de aankomst van Poolse politieke gevangenen . De Judenrampe (ook wel de “Alte Rampe” genoemd) bevond zich halverwege het complex van Auschwitz I en Auschwitz II (Birkenau) . Het spoor was gelegen zich tussen twee houten platforms waarop de gedeporteerden bij hun aankomst , hun bagage moesten achterlaten en ongeveer van hieruit 1km moesten lopen naar ket kamp van Birkenau . Vanaf 29 april 1944 werd met de aftakking van een spoorlijn (van 800m lengte) van hieruit (om de Hongaarse joden in functie van de Aktion Höss* op te vangen) een directe verbinding verschaft naar het kamp Birkenau . Het perron in Birkenau , werd de Bahnrampe of Neue Rampe genoemd en gaf direct uit op de gaskamers.

Schema van de drie perrons en de Judenrampe .
Men heeft later berekend dat op de Judenrampe , ongeveer 500.000 joden aankwamen (waaronder 24.179 joden uit het SS-Sammellager van de Dossinkazerne in Mechelen , waarvan 62% bij hun aankomst , onmiddellijk vergast werden in de Bunker I en de Bunker II) , en op het Bahnrampe van Birkenau 440.000 (waarvan 1.070 uit Dossin , maar vooral Hongaarse joden , die hier toekwamen in de lente en begin van de zomer van 1944) . Van de foto’s , die men in de oorlogsliteratuur aantreft over de aankomst van joden in Auschwitz-Birkenau , gaat het enkel over de Bahnrampe van Birkenau . Van de oorspronkelijke Judenrampe is maar één enkel beeld bekend.
De Judenrampe bevindt zich op het punt 50°1’53” , 19°11’17” , waar een deportatietrein (beestenwagon) herinnert aan de drama’s , die zich hier afspeelden . Het is de plek waar de joodse slachtoffers van hun gezinnen werden gescheiden en waar ze elkaar voor het laatst zagen . Ongeveer 60m verder dan de wagon , ziet men de splitsing van de sporen , waarbij sinds mei 1944 , een spoor aftakt naar het kamp van Auschwitz-Birkenau en dat via de iconische ingangspoort van Auschwitz II naar de Bahnrampe leidde . Het traject naar Birkenau werd door de geselecteerde dwangarbeiders te voet afgelegd .Zij die naar de gaskamers moesten werden in vrachtwagens (soms misleidend beschilderd met het teken van het Rode Kruis) opgepikt en direct naar de gaskamers overgebracht .

De Judenrampe met het perron waar de selecties gebeurden en de aftakking , die tot in het kamp van Birkenau leidde naar de Bahnrampe .


Tekening van de aankomst op de Judenrampe en eerste beelden die men opvangt als men Auschwitz-Birkenau betreedt.


Het quarantainekamp (om epidemieën te voorkomen) , met latrines (zwart-wit beeld , van net na de bevrijding) en stapelbedden , waar de nieuw aangekomen gedeporteerden verbleven alvorens ze ingeschakeld werden in de slavenarbeid . De originele beelden dateren van net na de bevrijding van het kamp . Greppel die door de slavenarbeiders gegraven werd ter afwatering.
. De latrines mochten enkel bezocht worden op bepaalde tijdstippen en de duur om hun behoeften te doen werd in tijd beperkt tot enkele minuten . Het verplichte collectief gebruik van de latrines paste eveneens in de ontmenselijking en terreur van de gevangenen aangezien elke vorm van privacy werd opgeheven .
. De mensen die niet onmiddellijk werden vergast werden voor het grootste deel ingezet voor slavenarbeid , niet in het kamp zelf , maar op locaties erbuiten (zoals in fabrieken , industrie , bouw en landbouw) . Hiertoe behoorden ongeveer 5.000 mannen en 3.000 vrouwen , die uit de Dossinkazerne gedeporteerd werden.
. In het kampencomplex beschikten de crematoria over een totaal van 46 ovens en de as van de slachtoffers werd in kuilen gegooid en later in rivieren (Weichsel en Sola) of in een poel gedumpt of als meststof gebruikt op de akkers.
. In één gaskamer konden gemiddeld 2.000 personen in en de vergassing duurde ongeveer 20 minuten , waarbij de dood na ongeveer 15’ intrad . Daarna werden de lijken door leden van het Sonderkommando uit de ruimte verwijderd , de haren van de lijken afgeschoren , hun gouden tanden uitgetrokken en de lijken werden van sierraden en ringen ontdaan . De verbranding in de crematoria (ook verricht door het Sonderkommando) nam 20 minuten in beslag . Het Sonderkommando bestond uit gedetineerde joden die regelmatig zelf werden vergast en vervangen . Voor de 4 crematoria van Birkenau waren er gemiddeld 600 à 800 personen deel uit van het Sonderkommando , waarvan 80 (van de laatste ploeg in januari 1945) de gruwel overleefden . Zij maakten gebruik van de chaos die in het kamp heerste bij de evacuatie en mengden zich onder de kampgedetineerden .
. Sinds 1941 bestond er in Auschwitz I (en sinds april 1943 in Auschwitz II) een orkestje van gevangenen , dat diende te spelen bij appels , begeleiding naar de gaskamers en bij het vertrek en de terugkomst van de gedetineerden , die in werkkampen buiten het hoofdkamp slavenarbeid verrichtten . Van het orkestje bestaat aan een gebouw , dat nu nog steeds bestaat , net na de ingang van Auschwitz I , een foto . Bij het spelen van muziek , waren de gevangenen rustiger , hetgeen de telling door hun bewakers vergemakkelijkte .

Het kamporkestje in Auschwitz .
. In een speciale afdeling van Birkenau (in het B II B = het Bauabschnitt II van Birkenau) werd op vraag van Himmler een Familienlager voor joden (uit het Tsjechische Theresienstadt ) ingericht . Hier verbleven vanaf 6 september 1943 ongescheiden (complete) gezinnen onder een relatief goed regime en ze werden door de SS achter de hand gehouden igv. een mogelijke inspectie van het Rode Kruis . In september 1943 en december 1943 werden twee groepen van telkens ca. 4.000 mensen uit Theresienstadt aangevoerd . Hun haren werden niet geschoren , ze mochten hun eigen kleding dragen en hun bagage behouden , er werd zelfs een interne kleine school ingericht waar de kinderen in terecht konden . Deze speciale groep joden werden in het kamp geregistreerd onder de benaming “SB met een quarantaine van 6 maanden” , SB stond voor Sonderbehandlung (hetgeen betekende , vergassing) , maar hun dood zou zes maanden uitgesteld worden . In de lente van 1944 werd dit project (om het Rode Kruis te misleiden) opgeheven en alle begunstigde joden van de eerst aangekomen groep (waarvan er intussen een 1.000tal overleden waren) werden op 8 maart 1944 vermoord in crematorium II . In de nacht van 11-12 juli 1944 werd het familiekamp definitief opgeheven en de nog 4.000 aanwezige joden vergast . In totaal verbleven in het Familielager voor joden van 8 september 1943 tot 12 juli 1944 ongeveer 18.000 personen.
Het Bauabschnitt II van Birkenau waar het familiekamp van Theresienstadt werd in ondergebracht . Nu resten enkel nog de fundamenten en de stenen schoorstenen.
. Daarnaast bestond in Birkenau ook een aparte afdeling voor vrouwen en voor roma & sinti (zigeuners) . In het zigeunerkamp vond op de avond van 16 mei 1944 iets speciaals plaats . Toen de SS het zigeunerkamp omsingelde om de 6.000 vrouwen , mannen en kinderen te vergassen (om plaats te maken voor de gearriveerde Hongaarse joden) weigerden de roma & sinti , gewapend met messen , spaden en stenen , hun barakken te verlaten . De SS-ers braken hun actie af en lieten de zigeuners tijdelijk met rust , tot ze (2.897 personen) op 2 augustus 1944 alsnog vergast werden , waarna het zigeunerkamp werd opgedoekt .


Toegangspoort en restanten van het zigeunerkamp.

Monument in het zigeunerkamp voor de omgekomen roma & sinti in Auschwitz-Birkenau.
. Naast concentratie- en uitroeiingskamp grepen er in Auschwitz I (in het beruchte blok 10) ook pseudowetenschappelijke medische experimenten op de gevangenen plaats . Dr.Mengele* was hier actief vanaf mei 1943 en tussen april 1943 en mei 1944 voerde prof.C.Clauberg* en dokter Horst Schumann* er experimenten uit op (meestal joodse) vrouwen om nieuwe sterilisatietechnieken te ontwikkelen .
. In het blok 11 werden gevangenen ondervraagd en gemarteld , vandaar de naam , dodenblok . Blok 11 had verschillende functies gedurende het bestaan van Auschwitz . Het was de centrale gevangenis van het kamp waar de gevangenen in terecht kwamen , die door de Gestapo van het kamp verdacht werden van verzetsdaden onder de kampbevolking . De cellen bevonden zich in de kelder van het blok , dat bekend werd als “de bunker” .Op de binnenplaats , links van het gebouw , bestaat nog steeds , de “zwarte muur” , de fusillademuur , waartegen vele gedetineerde weerstanders werden gefusilleerd of met een nekschot terechtgesteld . Aan de rechterkant van de binnenplaats ziet men tegen de grond , de venstertjes van de ondergrondse cellen , die uitgaven op de executieplaats . Het was in één van die ondergrondse bunkercellen van het blok 11 waar de leden van de joodse Sonderkommando’s* van het crematorium werden in ondergebracht . Tussen 3-5 september 1941 werden in de kelder van Blok 11 de eerste vergassingen met zyklon B uitgevoerd . Eén van de bekendste gevangen van de bunker was pater M.Kolbe* (in cel 18) in 1941 . In de bunker kwamen de meeste gevangenen om het leven door uithongering en onder de cellen bevonden zich : de donkere cellen waar amper lucht en licht doorkwam en de “staancellen” waar de oppervlakte zo beperkt was , dat men er enkel kon in rechtstaan . Op een oppervlakte van 1m2 , waren vier gevangen verplicht rechtop te blijven staan .
NB : men schat dat in Blok 11 , door het Gestapo-gerecht ongeveer 3.000 à 4.500 doodvonissen werden uitgesproken .
. In augustus 1943 werd als beloning voor het verrichte werk en ter motivatie van sommige gevangenen in het kamp (in blok 24) in Auschwitz I (en later in Monowitz) een bordeel geïnstalleerd , dat uitsluitend door gedetineerden mocht bezocht worden . In Auschwitz werden een 20tal (en in Monowitz een 10tal) vrouwelijke gevangen , verplicht zich te prostitueren . Een bezoek aan het bordeel koste 2 Reichsmark , waarvan 1,5 RM naar de kampadministratie ging , 45 pfenning voor de vrouw en 5 pfenning voor de opzichter (pooier en eveneens een kampgevangene) van het bordeel .

Vermelding aan het bordeel (enkel toegankelijk voor gevangenen) .
. Buiten IG Farben (voor de productie van rubber en synthetische olie) maakten ook de fabrieken van Krupp en Siemens gebruik van de slavenarbeid van de gevangenen uit Auschwitz .
. Specifiek voor het concentratiekamp van Auschwitz was het , vanaf november 1941 , aanbrengen van een tatoeagenummer op de linker voorarm der gevangenen (ter identificatie).
. De meeste weggevoerde zigeuners (sinti en roma) werden zoals het grootste deel van de joden uit België naar Auschwitz gedeporteerd.
. Verzet was zeer uitzonderlijk in de KZ , toch viel er op 23 oktober 1943 een incident te noteren toen de brutale SS bewaker Unterscharfüher Josef Schillinger (1908-1943) , die dag Poolse joodse vrouwen naar de gaskamer (crematorium II) dreef , die net getransfereerd waren uit het KZ van Bergen-Belsen . Toen hij hen verplichte zich te ontkleden kwam de Poolse danseres Franciszka Mann (1917-1943) in opstand , ze smeet haar kleren naar Schillinger , bemachtigde zijn pistool en begon ermee te vuren . Schillinger werd dodelijk getroffen en één van zijn kompanen (SS-Oberscharführer Wilhelm Emmerich) werd gewond . De omstaande vrouwen kwamen in opstand , maar werden vlug overmeesterd en nog dezelfde dag doodgeschoten of vergast.

F.Mann en tekening van het incident .
NB : de moedige daad van F.Mann , leidde in de namiddag van dezelfde dag tot verzet bij de gevangenen , die in een bosje naast crematorium IV stonden te wachten op hun vergassing . Ook dit verzet werd door de SS-wachtposten in de kiem gesmoord waarbij alle opstandige slachtoffers terplekke werden doodgeschoten.
. Op 7 oktober 1944 greep er kort na 12u een kortstondige opstand plaats , ditmaal geleid in Birkenau door het joodse Sonderkommando (gevangenen die de lijken moesten verbranden) . Voor hun actie hadden Poolse joden uit de munitiefabrieken waar ze tewerkgesteld waren , kisten springstof , 5 mitrailleurs en 20 handgranaten weten buiten te smokkelen . Na enkele uren werd de oproer door de SS-ers brutaal neergeslagen , maar het crematorium IV was wel door een grote explosie verwoest door de ingestorte schoorsteen en drie Duitsers werden gedood . Van de 623 opstandelingen waren er tegen de ochtend van 8 oktober 1944 , 452 gedood en enkelingen waren er in geslaagd om uit het kamp te ontsnappen . Deze opstand werd schitterend in beeld gebracht met de film van regisseur Tim Blake Nelson uit 2001 , “The Grey Zone”.

. In totaal ondernamen 802 (vooral Poolse) gevangenen (waarvan 757 mannen en 45 vrouwen) een vluchtpoging , 471 konden buiten het kamp geraken , en 144 herwonnen met succes hun vrijheid . Zeker 327 ontsnapten werden opnieuw opgepakt en terechtgesteld . Op 7 april 1944 ontsnapten de Slovaakse joden , Rudolf Vrba (1924-2006) en Alfred Wetzler (1918-1988) . Zij wisten Slovakije te bereiken en schreven een uitgebreid rapport over hetgeen zich in Auschwitz afspeelde (de zogenaamde Auschwitz-protocollen) . Via het Vaticaan kwam het rapport in handen van de geallieerden , die toen voor het eerst beseften hoe grootschalig de holocaust was . Tevens waarschuwden Vrba en Wetzler de joodse leiders in Boedapest dat er binnenkort , massaal Hongaarse joden ter vergassing naar Auschwitz zouden gedeporteerd worden . Maar niemand nam hun rapport in Boedapest als serieus.

R.Vrba en uiterst rechts , A.Wetzler.
. met de medeplichtigheid van een bewaker , wisten op 24 juni 1944 de Poolse jodin Mala Zimetbaum* (°1918) en de Pool Edward Galiński(°1923) uit het kamp te ontsnappen . Hij zat sinds 1940 vast als politiek gevangene en zij werd in 1942 vanuit Antwerpen naar Auschwitz gedeporteerd . Tijdens hun verblijf werden beiden een koppel en besloten ze samen een vluchtpoging te ondernemen . Door een list geraakten ze buiten het KZ , maar werden na 13 dagen door de Duitsers terug gevat . Ondanks folteringen , gaven ze de naam van de bewaker die hen geholpen had , niet prijs en werden ze veroordeeld tot de doodstraf , die op 15 september 1944 zou voltrokken worden . Net voor hun terechtstelling slaagde Galiński erin zelfmoord te plegen en Mala Zimetbaum liet tijdens haar executie een grote indruk na op alle medegevangenen , die verplicht werden haar terechtstelling bij te wonen.

M.Zimetbaum en E.Galiński.
. Wie in het KZ van Auschwitz terecht kwam had een zeer minieme overlevingskans , in Birkenau was die kans onbestaande , men werd er in het latere stadium van de oorlog , direct vergast . De gevangenen werden in Birkenau zelfs niet geregistreerd , ze werden onmiddellijk om het leven gebracht.
. Sinds november 1941 berichtte de Poolse regering in ballingschap over de gruwel in Auschwitz , en op 21 juli 1942 maakte ze melding van vergassingsexperimenten in het kamp . Vanaf de herfst van 1943 werd de ganse wereld via de BBC geïnformeerd over de grootschalige misdaden in Auschwitz met het gekende Witoldrapport (Pilecki Witold*) . De inlichtingen werden met een zelfgemaakte radiozender vanuit het kamp zelf uitgezonden door Poolse weerstanders , die er gevangen zaten . In 1944 circuleerden duidelijke luchtfoto’s van het kamp , maar niemand reageerde (noch de geallieerden , noch het Vaticaan , noch de neutrale landen) . Op enkele geallieerde bombardementen na (op Auschwitz III ) werd niets ondernomen uit vrees de levens van de gedetineerden in gevaar te brengen . Bovendien hadden de geallieerden meer oog voor de industriële infrastructuur van de nazi’s dan voor de gedetineerden in de kampen .
. De burgerbevolking rond het KZ , kon de penetrante geur van verbrand menselijk vlees niet negeren , maar de sinistere vermoedens werden bewust onderdrukt . Het spoorwegpersoneel dat instond voor het vervoer van joden naar het kamp had op zijn laatst in 1943 weet van de massavernietiging die zich in Auschwitz afspeelde , maar bleef onverschillig.
. Om zoveel mogelijk sporen uit te wissen werd op bevel van Himmler op 25 november 1944 begonnen met de vernietiging van de gaskamers en de crematoria . De infrastructuur werd ontmanteld en overgebracht naar het KZ van Gross-Rosen.
. Voor de nakende komst van het Rode Leger , werden de kampen van Auschwitz op 17 en 18 januari 1945 ontruimd . Ongeveer 58.000 gevangenen ondernamen toen in barre weersomstandigheden een dodenmars naar het Westen om daar in andere kampen terecht te komen . Ongeveer 15.000 personen verloren het leven tijdens de lange macabere voettocht . Ca. 3.000 gedeporteerde joden van de Dossinkazerne namen deel aan de dodenmarsen vanuit Auschwitz , waarbij 50% onder hen tijdens de mars bezweken of werden afgemaakt door de begeleidende SS-bewakers.
. Gedurende de ganse oorlog verbleven er ongeveer 9.500 SS-ers in het kamp , hiervan verschenen er meer dan 800 na WO II voor de rechtbank (waarvan 40 voor een Duitse rechter).
.De beruchte en sadistische kampcommandant , R.Höss* werd , na zijn proces , in het kamp op 16 april 1947 opgehangen . Zijn naam werd ook gebruikt voor het transport naar , en de vernietiging van de Hongaarse joden in Auschwitz , bekend als “Aktion Höss” . Tussen 15 mei 1944 en 9 juli 1944 kwamen hierbij ca. 500.000 Hongaarse joden aan hun einde.
. De meest gehate en sadistische vrouwelijke bewaakster van het kamp was Irma Grese* (1923-1945) . Van haar werd beweerd dat ze gevangenen onderwierp aan seksuele sadomasochistische handelingen.
. Als “heilige van Auschwitz” en martelaar van het kamp werd pater Maximiliaan Kolbe*, na WO II wereldbekend.
. Wilhelm Brasse (1917-2012) , dé fotograaf van Auschwitz , was een Pools beroepsfotograaf , die als gevangene door de SS verplicht werd portretfoto’s te maken van de gedetineerden . Tussen 1940-45 zou hij ongeveer 40.000 à 50.000 foto’s gemaakt hebben . Dr.Mengele beval hem van elk individu drie opnames te maken , een frontaal , een profiel (met de rechterkant van het gezicht ) en één waarbij de persoon van links werd gefotografeerd , lichtjes omhoog kijkend en met hoofddeksel . Van de hand van Brasse zijn ook de bekende beelden van de kinderen en tweelingen waar Mengele “medische” experimenten op uitoefende . Kort voor de aankomst van de Russen werd hij verplicht zijn negatieven te vernietigen , maar hij slaagde erin een groot aantal te redden en hij overleefde de oorlog.

W.Brasse en zijn beroemde foto’s.
. ook Belgen waren tijdens WO II in Auschwitz betrokken bij de uitroeiing van de joden , zo tekende de Brusselse ingenieur E.Sprumont* in april 1942 een contract met IG Farben voor constructiewerken binnen het KZ-complex. En vanaf mei 1943 was de Luikse geneesheer H.Delmotte* assistent van Dr.Mengele in Auschwitz , waar hij tevens deelnam aan medische experimenten op gevangenen en zelfs aan selecties voor de gaskamers.
. Na WO II werden in 1945 in het kamp Duitse gevangenen geïnterneerd en in 1947 werd op initiatief van de Poolse staat een museum opgericht als overwinning van het communisme tegen het fascisme . Het accent van de Poolse herinnering lag vooral bij het lijden van de etnische Polen , aan de omgekomen joden werd weinig of geen aandacht besteed .Hierin kwam pas decennia later verandering.
. Het Auschwitzproces dat van 1963 tot 1965 in het Duitse Frankfurt plaatsvond was van historisch belang . Het proces werd in hoofdzaak gevoerd door rechter-aanklager Fritz Bauer (1903-1968) en had een grote nationale en internationale weerklank en impact , omdat vanaf toen de Duitse bevolking openlijk geconfronteerd werd met de onmenselijke en massale gruwel waartoe de nazi’s tijdens WO II in staat waren geweest . De sfeer en de publieke opinie die rond de KZ-geschiedenis tot dan toe in Duitsland had geheerst begon te veranderen . Men zag in dat het niet alleen het 20tal veroordeelde kamp-SS-ers waren , die verantwoordelijk droegen , maar duizenden medeplichtigen en een groot deel van de bevolking die voor en tijdens de oorlog het naziregime gesteund hadden . De mythes als “wir haben es nicht gewusst” of “Befehl war Befehl” , werden na het Auschwitzproces door de nieuwe Duitse generatie als bullshit beschouwd en men trachtte de holocaust realistisch te benaderen en onder ogen te zien . Het was definitief gedaan met het verzwijgen of negeren van de zwartste bladzijde uit de Duitse geschiedenis , men was bereid de sluier rond dit verleden op te lichten en de waarheid te achterhalen . Wel was het zo dat het argument van aanklager Bauer , waarin hij stelde dat Auschwitz één groot systeem was , dat alleen kon functioneren dankzij de medewerking van hoge maar ook van lage functionarissen , door de rechtbank niet werd aangenomen . Er konden alleen veroordelingen worden uitgesproken op basis van concreet gepleegde moordhandelingen en niet op basis van deelname aan de hele moordmachinerie . Hier zou pas verandering in komen in 2011 na de veroordeling van I-J.Demjanjuk* (kampbewaker in Sobibor).
NB : om een indruk te krijgen van wat aan het proces voorafging en vooral de tegenwerkingen , die de juristen begin jaren 1960 in hun eigen land ondervonden , om zo’n delicaat proces te bewerkstelligen , werd in 2015 in beeld gebracht door regisseur G.Ricciarelli in zijn film , “Im Labyrinth des Schweigens”.

Beelden van het Auschwitzproces en van de film uit 2015.
. In 1979 werd het concentratie-en uitroeiingskamp van Auschwitz erkend als Unesco erfgoed.
. Op enkele uitzonderingen na , zijn de barakken (waar de gevangenen in leefden en sliepen) , die men er nu nog aantreft , replica uit 1947 . De prikkeldraad rond het kamp wordt ook om de vijf jaar vernieuwd.
. Op 27 januari 2005 werd een Judenrampe Memorial Site onthuld , van de eigenlijke Judenrampe (ook wel Alte Rampe of Bahnhof West genoemd) blijft een 80m verderop , bijna niets meer over dan een paar door de natuur overwilderde spoorwegrails.
. In 2015 werd duidelijk dat er tussen 1940-45 , veel meer nazi’s in het kamp gewerkt hadden , dan men vroeger dacht . Hun aantal wordt sindsdien geschat op 9.500 “werknemers”. Over het ganse Duitse KZ-complex zou het gaan om ca. 60.000 “werknemers”.

Op 26 mei 1944 maakten twee SS-“huis”fotografen , SS-Hauptscharführer Bernhard Walter(1911-1979) en SS-Unterscharführer Ernst Hofmann(1901-?) een reeks van 193 foto’s van de aankomst van joden uit Hongarije in het kamp van Birkenau . Dit uniek beeldmateriaal toont opnames van het moordproces . Het eerste beeld werd genomen vanop het dak van één der wagons en de fotograaf stond met zijn rug naar de ingangspoort . Bemerk bij uitvergroting langs weerszijden van de spoorlijn , links het vrouwenkamp en rechts het mannenkamp . In de verte (pijltjes) het beeld van de schoorstenen van crematoria II(links) en III(rechts).
NB : het bewuste “Auschwitz Album” met de foto’s van de twee SS-fotografen werd heel toevallig ontdekt door Lilly Jacob (1926-1999) , een joods Hongaars meisje dat gedeporteerd werd en na verschillende KZ terechtkwam in Dora-Mittelbau . Kort na haar bevrijding op 11 april 1945 botste ze in een SS-lokaal vol kleren , op de bewuste foto’s (in het voorjaar van 1945 was B.Walter immers naar het KZ van Dora-Mittelbau getransfereerd). Hieronder nog een paar beelden uit het bekende “Auschwitz Album” van Lilly Jacob . Het is een overgebleven bewijs van het vernietigingsproces in Auschwitz-Birkenau en bevat beelden uit 1944 van de uitroeiing van Hongaarse joden . Het duurde tot 1980 vooraleer L.Jacob haar gevonden album openbaar maakte.

Aankomst van joden op het Bahnrampe van Birkenau . Bemerk bij de tweede opname , de selectie , waarbij de arbeidsgeschikte mannen aan de rechterkant staan en vrouwen en kinderen aan de linkerkant . De groep links werd onmiddellijk naar de gaskamers geleid . Op het laatste beeld : het lege perron met achtergelaten bagage .


De selectie waarbij een SS-officier op het perron (aan de ingangspoort) besliste over leven en dood en die aanwees langs welke kant de gedetineerde joden moesten verder gaan (naar de gaskamer of inzetbaar voor slavenarbeid) .


Schrijnende beelden van Hongaarse joden in mei 1944 : geselecteerd voor de dood en nietsvermoedend wachtend en weggevoerd naar de gaskamer.

Kaalgeschoren mannen en vrouwen , geselecteerd voor slavenarbeid.

De slaapvertrekken in het vrouwenkamp (dat in tegenstelling tot het kamp voor mannen uit bakstenen bestond en niet van hout) . Het laatste beeld werd genomen , net na de bevrijding van het kamp .

Gevangenen op weg naar hun werk in de omgeving van Monowitz.

Lili Jacob herkende zichzelf op een foto die genomen werd gedurende haar verblijf in Birkenau , ze staat als 6e op de voorste rij als men begint te tellen van rechts.

De Bahnrampe van Auschwitz-Birkenau , mei 1944 met de aankomst van 3.500 Russische joden uit de Oekraïne . Op de achtergrond van het beeld (pijl) , aan de overkant van de spoorlijn , zij die al geselecteerd worden voor directe vergassing , begeven zich naar het crematorium . In het midden van de foto , bij uitvergroting , de SS-arts van dienst (in uniform) , die een verdere selectie doorvoert.


Aankomst van Hongaarse joden in Birkenau en zeldzame foto (februari-maart 1943) van het perron in Auschwitz I met het kamp (de rode pijltjes) op de achtergrond .
De spoorlijn naar de dood , rookpluim (pijl) van een crematorium op een geallieerde luchtfoto . Ondergesneeuwde lijken van slachtoffers , die de evacuatie van het kamp niet hebben overleefd.

Bevrijding door het Rode Leger . En door de Russische bevrijders ontdekte lijken in het Blok 11 . De oorspronkelijke dekens waar de lijken op lagen , worden bewaard in het museum .

Het massagraf en de lijken die de Russische bevrijders aantroffen .

Een door het Rode Leger gered groepje kinderen (waaronder veel tweelingen) in januari 1945 , zij ontsnapten aan de experimenten van dr.Mengele . Op het laatste beeld laten ze hun getatoeerd kampnummer zien .
Hieronder de bekende en iconische , clandestien genomen foto’s van lijkverbrandingen in open lucht (van omgebrachte joden uit Lodz) , van mensen die zich ontkleden en naakte vrouwen die naar de toegang tot de gaskamer worden geleid . Deze beelden werden , met een in het “canada” gevonden fototoestel , in het geheim genomen in de zomer van 1944 , vanuit de barak aan de ingang van crematorium V door een lid van het Sonderkommando van Birkenau . Het zijn unieke beelden , die het verzet bereikten . Ze werden gemaakt door de Griekse weerstander Alberto Errera (1913-1944) . Op 9 augustus 1944 waagde hij een ontsnappingspoging uit het kamp , maar 2 à 3 dagen later werd hij opnieuw gevat en in het Birkenau gemarteld en gedood . Waarna zijn lichaam tentoongesteld werd aan de andere gedetineerden . Een andere versie verteld dat hij om het leven kwam nadat hij een SS-officier in het kamp geslagen had . De foto’s dienden om de geallieerden tot actie te dwingen door hen duidelijk te maken wat er zich in Auschwitz afspeelde , maar deze opzet lukte niet.
NB : het filmrolletje , dat verstopt zat in een tube tandpasta werd buiten gesmokkeld door de Poolse weerstandster Helena Datoń (1922-2014) , die in de SS-kantine van het kamp werkte . Op 4 september 1944 overhandigde ze de unieke materiaal met de vastgelegde beelden van de gruwel aan het Poolse verzet in Krakau.

Naakte personen worden naar de gaskamer geleid . En een vergelijkende foto van de plaats waar het beeld werd genomen.

Verbranding van lijken in open kuilen voor crematorium V (in Birkenau werden 107.000 lijken op een brandstapel verbrand), rechts , A.Errera.

De omgeving die A.Errera fotografeerde .

H.Datoń en de Ausweis , waarmee ze het kamp ongehinderd kon verlaten.

Luchtbeeld van 4 april 1944 , waarbij de piloot van de South African Air Force (SAAF) toevallig het complex van Auschwitz in beeld bracht . De bedoeling van de missie was de IG Farbenfabriek van Monowitz in beeld te brengen . Daarnaast een luchtbeeld daterend van 8 augustus 1944, toevallig gemaakt door een verkenner van het 60e squadron van de SAAF . De rookpluim laat de rook zien die opsteeg uit de open verbrandingskuilen naast crematorium V.
NB : geallieerde vliegtuigen namen heel toevallig verschillende opnamen van het KZ in Birkenau , niet om het kamp zelf te fotograferen , maar om de schade op te meten die geallieerde bombardementen eerder hadden aangericht op de nabijgelegen petrochemische industrie van de Buna-werke in Monowitz . De opnames van het kamp werden door de geallieerden geïnterpreteerd als “normale” werkkampen van de SS in de nabijheid van de fabrieken , ze hadden geen enkel benul van wat er zich werkelijk in de kampen afspeelde.

Voorbeeld van een luchtfoto genomen door een geallieerd verkenningsvliegtuig op 25 augustus 1944 . Pas veel later kreeg men een duidelijk beeld van wat er gebeurde.
Auschwitz is de drukst bezochte plek van Polen en een bezoek aan het Staatsmuseum van het kamp van Auschwitz-Birkenau is ons inziens een must voor iedereen , die interesse heeft voor de Tweede Wereldoorlog . In Auschwitz staan 28 bakstenen gevangenisblokken waarin men verschillende tentoonstellingen aantreft . Wij citeren hier de voornaamste : in blok 5 bevinden zich achtergelaten koffers , brillen , schoenen , kledij en twee ton afgeschoren menselijk haar , dat door tijdsgebrek , niet door de nazi’s naar Duitsland kon vervoerd werd . Dit haar werd gebruikt voor het maken van matrassen en kleding . In blok 6 ziet men het dagelijks leven van een gevangene , in blok 7 het slapen en de “hygiëne”. De twee sinisterste blokken zijn blok 10 (gesloten voor het publiek) voor de medische experimenten en blok 11 , het dodenblok . Tussen beide blokken is een binnenplaats met executiemuur . Naar schatting 20.000 personen werden aan deze muur vermoord . In de kelders van blok 11 bevinden zich 22 cellen , waarvan cel 13 gebruikt werd voor de leden van het Sonderkommando . Eind augustus 1941 voerde SS-Hauptsturmführer Karl Fritzsch* op eigen initiatief in één van de ondergrondse cellen , een experiment uit met zyklon B op Russische gevangenen . In blok 24 bestond vanaf augustus 1943 een bordeel voor voorbeeldige gevangenen . Blok 20 is gewijd aan Frankrijk en België , blok 18 aan Hongarije en blok 20 (op de eerste verdieping) aan Nederland . Blok 27 is gewijd aan de geschiedenis van de martelaren en de strijd van de joden . Aan het einde van de blokken bevindt zich de gaskamer en het crematorium met de karretjes waarin de lijken vervoerd werden om ze te verbranden . De crematoria zijn een reconstructie . In Auschwitz I kan men ook de galg terugvinden waaraan commandant Höss in 1947 werd opgehangen.
Zoals gezegd was Birkenau een zuiver vernietigingskamp , van de oorspronkelijke 300 barakken zijn er maar enkele overgebleven . In november 1944 bliezen de SS-ers de gaskamers en crematoria op om zoveel mogelijk bezwarend materiaal te vernietigen , hiervan zijn de ruïnes en funderingen nu nog te zien . In de vijvers rond het complex werden de asse en de gemalen botten van de slachtoffers gedumpt . Op het uiteinde van het perron staat sinds 1967 het Internationaal Monument voor de Slachtoffers van het fascisme . In Birkenau zijn geen exposities , en de omvang en uitgestrektheid van het kamp is indrukwekkend . Elke meter waar men op deze grond stapt is een herdenkingsplaats.

Algemeen plan van Auschwitz I en Auschwitz II-Birkenau .

Ingang van het kamp Auschwitz I , en verschillende blokken , het eerste beeld , werd genomen kort na de bevrijding van het kamp in 1945 . De laatste foto toont de appelplaats waar de gevangenen ’s morgens en ’s avonds geteld werden . Ongeacht de weersomstandigheden moesten de gedetineerden hier in houding te staan tot iedereen geteld was en het aantal klopte . Het langste appel in Auschwitz duurde (in de nacht van 6-7 juli 1940 , na een eerste ontsnapping uit het kamp)19 uur .

Blok 10 waar de medische experimenten doorgingen .


Blok 11 met op de binnenplaats , achteraan , de executiemuur en de venstertjes (pijltje) van de cellen . Kamer waar het vonnis werd uitgesproken , tekening van een Gestapoproces in Blok 11 , wasplaatsje waar de vrouwelijke gevangenen zich voor hun terechtstelling moesten wassen , gedenkplaten die herinneren aan de allereerste vergassingen , de cellengang in de kelder met afzonderlijke cellen en op het laatste beeld : de ondergrondse cel 13 van het Sonderkommando.

De executiemuur , waarbij de slachtoffers met het gezicht naar de muur stonden bij hun terechtstelling . Op de tekening : een executie en het vervoer van de terechtgestelden aan de fusillademuur naar het crematorium
Naast de appelplaats bevindt zich een bijzondere plek . Het is de plaats waar de SS , publiekelijk om de gedetineerden te intimideren (en waarbij de gevangen verplicht waren de terechtstelling bij te wonen) , gevangen door ophanging terechtstelden . Dergelijke grootste executie vond plaats op 19 juli 1943 toen 12 Poolse gevangen werden opgehangen , die er werden van verdacht , hulp te hebben geboden aan drie ontsnapten uit het kamp .

Een ander bijzondere plek van executies bevindt zich in de omgeving van de appelplaats .
Zij die na een ontsnapping uit het kamp werden heropgepakt , werden terug naar Auschwitz gebracht , waar ze vernederd , mishandeld en terechtgesteld werden .
Tekening van een heropgepakte gevangene in het kamp .

Voor de gaskamer en het crematorium , ziet men een deel van de villa (niet toegankelijk voor het publiek) waar kampcommandant Höss woonde . Voor de ingang van de gaskamer en het crematorium , ziet men de galg waaraan Höss na de oorlog terechtgesteld werd .


Het crematorium en de gaskamer van Auschwitz I , oorspronkelijk een opslagplaats maar sinds juni 1940 omgevormd tot een mortuarium en van september 1941 tot juli 1943 in gebruik als gaskamer en crematorium.De gaskamer met een maximale capaciteit voor 900 personen en rechts , een opening in het plafond waarlangs zyklonkristallen werden ingeworpen.
Hieronder verschillende beelden van wat men aantreft in het museum van Auschwitz I :

Zyklonkristallen en hun canisters , achtergelaten koffers en valiezen van de slachtoffers .


Schoenen , prothesen , brillen en potten en pannen van de slachtoffers . Bij de bevrijding troffen de Russen in het kamp van Auschwitz 110.000 schoenen aan en 7 ton afgeschoren haar .

De appelklok , bullenpees van de bewakers , ton voor de soepbedeling , aankondiging (en kapo-armband) van een straf , marteltuig voor het aanbrengen van slagen en tekening van gedetineerden , terwijl één van hun medegevangenen aan de galg hangt (de dood werd als een dagelijks feit ervaren) .
Straffen in Auschwitz waren dagelijkse kost , voor de kleinste misdrijven of ook willekeurig zonder reden , konden de gedetineerden door hun bewakers gestraft of gemarteld worden . De sadistische bewakers genoten ervan om hun slachtoffers te pijnigen , de doen afzien en te folteren .
Het blok 20 is gewijd aan de shoah in Frankrijk en België . Tijdens de functionering van Auschwitz I , was dit blok sinds 1941 een onderdeel van de “medische afdeling” in het kamp . Hier werden vooral besmettelijke zieken (meestal tyfus) in ondergebracht . Bemerk links na de ingang , de kleine ruimte , die diende voor het ombrengen van gevangenen door een fenolinjectie in het hart . Tot 1943 kwamen op deze plek , dagelijks tientallen gevangenen door een fenolinjectie aan hun einde .


Tekening van het toedienen van een dodelijke fenolinjectie .

Het Internationaal Monument op het einde van het perron van de Bahnrampe , in de nabijheid van de crematoria II en III in Birkenau . Hier worden alle overledenen herdacht die in Auschwitz omkwamen . Het bestaat uit bronzen gedenkplaten in alle Europese talen.
Na het “Auschwitz Album” van Lilly Jacob uit 1980 , verscheen er in 2007 een tweede belangrijk en uniek foto-album van het KZ van Auschwitz , het zogenaamde “Höcker Album” . Karl-Friedrich Höcker (1911-2000) was SS Obersturmführer en adjudant van de kampcommandant R.Baer* in Auschwitz . De beelden werden gemaakt tussen juni 1944 en december 1944 en laten een heel ander beeld zien dan het Auschwitz Album . Men ziet het verhaal van SS medewerkers en kamppersoneel van Auschwitz in hun vrije tijd . Het werd kort na de Duitse capitulatie in 1945 te Frankfurt ontdekt door een Amerikaanse spionage-officier (die onbekend wenste te blijven) .In 2007 doneerde hij zijn vondst aan het US Holocaust Memorial Museum . Opmerkelijk in het Höcher Album zijn 10 foto’s waar Josef Mengele op staat , tot dan was er geen enkele publicatie bekend waarop Mengele zich in Auschwitz bevond . Door het album werd ook bekend dat de SS-ers in 1942 in de omgeving een vakantieoord (Solahütte , 30km te zuiden van Auschwitz , nabij het dorp Midzybrodkzie Zywiecki) lieten bouwen door kampgevangenen , waar de SS-ers en de staf van het kamp Auschwitz voor hun ontspanning naartoe trokken.

Het Auschwitz Album met de welgekende foto’s.

Het Höcker Album met op het middenste beeld , van li. naar rechts : Richard Baer,Rudolf Höss en Höcker zelf.Het rechter beeld toont van li. naar rechts : R.Baer, Josef Mengele , Josef Kramer (half verscholen ) en R.Höss.

Solahütte : ontspanning voor de SS terwijl enkele km. verder duizenden mensen vermoord worden . Op de eerste foto , uiterst links : K.Höcker in de ligstoel.
. uit Auschwitz , werden , na hun heropvoedingsperiode , 7.500 mannen en 1.600 vrouwen vrijgelaten . Ze moesten bij het verlaten van het kamp een verklaring ondertekenen waarin gestipuleerd werd dat ze over hun ervaringen in het kamp en wat ze er gezien hadden , niet in de openbaarheid zouden brengen . Daarnaast moesten ze zich op regelmatige tijdstippen moeten melden bij het Gestapohoofdkwartier waar ze woonden . In de herfst van 1944 werden 200 criminele gevangen (groene driehoeken) uit Auschwitz vrijgelaten , die verplicht werden aan te sluiten bij de beruchte Waffen-SS eenheid van O.Dirlewanger* .
. in 2018 verscheen het boek “De tatoeëerder van Auschwitz”, waarin auteur Heather Morris het waargebeurde en innemende verhaal optekende van Ludwig Eisenberg*.
. in 2021 kwam het boek ” Chef-kok in IG Auschwitz” op de markt . Hierin vertelt dochter Annie Van Paemel (samen met auteur Dirk Verhofstadt) het verhaal van haar vader , Willy Van Paemel die als gevangene opgesloten zat in Auschwitz III (Monowitz) bij de afdeling van IG Farben.
. tenslotte raden we ook nog de speelfilm uit 2024 van regisseur Jonathan Glazer aan : “The Zone of Interest” . De prent vertelt het verhaal van de toenmalige kampcommandant R.Höss en zijn gezin , die een ruime , mooie dienstwoning woonden , naast het kamp en waarvan de grote tuin grensde aan de muur van het KZ .
NB : in de jaren 1950-1960 werd het kamp enkel bezocht door familieleden of nabestaanden van de slachtoffers , maar door de opkomst van het negationisme in de jaren 1970 , kwam hier verandering in en werd het meer om meer bezocht door het grote publiek (met 2,32 miljoen bezoekers in het jaar 2019 .