ASCQ : gemeente en belangrijk verkeersknooppunt in het Noorden van Frankrijk gelegen tussen Lille en de Belgische grens . Ascq is ontegensprekelijk verbonden met het bloedbad en de oorlogsmisdaad , die de Duitsers hier in de nacht van 1-2 april 1944 aanrichtten . In WO II passeerden de Duitse treinen die tussen Lille en Brussel reden , via het station van Ascq (dat op het gehucht Rameaux ligt) en rond 22u45 in de nacht van 1-2 april 1944 pleegde het lokale Franse verzet ( van “La Voix du Nord” ) hier een sabotagedaad tegen een Duitse militaire trein , die uit Turnhout kwam met eenheden van de 12e Waffen-SS Division Hitler Jugend . Alhoewel de schade heel miniem bleek en er geen gewonden vielen , gingen de Duitsers over tot een represaille , die buiten proportie was . Om 23u15 begonnen de SS-ers olv.Obersturmführer Walter Hauck , de gemeente te doorzoeken naar mannen van 17 à 50 jaar . Hierbij gingen ze zeer brutaal te werk en maakten ze zich schuldig aan diefstallen en mishandelingen . In totaal werden 86 onschuldige burgers (tussen de 15 en 75 jaar) naar de spoorwegovergang geleid en thv. de licht ontspoorde trein gefusilleerd . Onder de slachtoffers bevond zich een Belg , de 50 jarige Michel Depoorter , een handelaar , die door de Duitsers verkeerdelijk aanzien werd als een terrorist . Rond 01u15 werd er door de gealarmeerde Feldgendarmerie uit Lille , die ter plaatse was gekomen een einde gemaakt aan het bloedbad .
De misdaad had een grote weerklank in de streek en had als gevolg dat 60.000 arbeiders in de regio van Lille op 5 april 1944 tussen 11u en 12u het werk neerlegden . Een verzetsdaad met grote omvang en de begrafenis van de slachtoffers die op dezelfde dag plaatsvond , werd ondanks een Duits samenscholingsverbod , bijgewoond door minstens 20.000 personen . Op 15 april 1944 werd via de clandestiene BBC , het nieuws van de oorlogsmisdaad wereldkundig gemaakt . Enkele weken later werden 6 weerstanders van Ascq door de Duitsers gearresteerd en op 7 juni 1944 in het fort van Seclin terechtgesteld . Na de oorlog sprak men over het bloedbad als “het Oradour* van het Noorden”. Pas in de zomer van 1946 werden de namen van 17 verantwoordelijke SS-ers van de misdaad bekend en werden ze door het Franse gerecht aangeklaagd . Slechts 9 van hen waren op het proces aanwezig en op één straf na (van 15 j dwangarbeid) , werden allen ter dood veroordeeld . In 1955 werden de straffen verlicht en W.Hauck mocht in 1957 de gevangenis verlaten.
Na de oorlog werden op verschillende plaatsen van de gemeente herinneringsplaten , een standbeeld , een ereveld op het kerkhof , een memoriaal (50°37’16”,3°9’59”) en een museum voor de slachtoffers ingehuldigd.
NB 1 : W.Hauck (1918-2006) was op 6 mei 1945 (twee dagen voor de Duitse capitulatie) met zijn SS-eenheid tevens verantwoordelijk voor de moord op 26 inwoners van Leskovice (Tsjechië).
NB 2 : het bloedbad van Ascq had eveneens een groot gevolg op de later gevoerde strategie van de geallieerden ivm. het onklaar maken of saboteren van belangrijke verkeersknooppunten in het te heroveren West-Europa . Om collateral damage* door bombardementen van de luchtmacht te vermijden , opteerden de geallieerden er oorspronkelijk voor , de vernielingen van de knooppunten over te laten aan het lokale verzet . Maar als men na Ascq , de vijandelijke represailles met het grote aantal dodelijke slachtoffers in acht nam , kwamen de geallieerden tot het besluit , ondanks het gevaar van de dood van onschuldige burgers , toch over te gaan tot het massaal bombarderen van verkeersknooppunten en Duitse aanvoerlijnen . Voor de bombardementen trachtte de RAF meestal de bevolking met vooraf uitgeworpen vlugschriften , op de hoogte te brengen voor het gevaar van mogelijke geallieerde bombardementen . Dikwijls werd een luchtaanval , vooraf in gecodeerde termen via de BBC bekend gemaakt aan het regionale verzet , die op haar beurt de lokale bevolking kon verwittigen .

Het station van Ascq . W.Hauck en beelden van de begrafenis van de slachtoffers op 5 april 1944.

Het proces en de uitgebreide media-aandacht.

De plaats van het drama met het memoriaal , het herdenkingsmonument en plaat aan de spoorweg , waar het bloedbad plaatsvond.

Het ereperk voor de slachtoffers op het kerkhof aan de rue de l’abbé Lemire.