ARTILLERIE : in de krijgsmacht het geheel van collectieve of zware wapens dat projectielen als vuursteun afvuurt . Er bestonden verschillende types artillerie : veldartillerie , rijdende artillerie (getrokken of gemechaniseerd = zelf aangedreven) en luchtdoelartillerie . Verder maakte men een onderscheid tussen een krombooggeschut zoals howitzers en mortieren en vlakbaangeschut zoals kanonnen . Op het einde van WO II werden tot de artillerie ook de raketten gerekend.