Home / 

A /
ARRESTATIES

ARRESTATIES

ARRESTATIES : hier gaan we in op de prangende en heikele juridische vraag , of tijdens de bezetting van ons land , de Belgische politie en rijkswacht bevoegd was om zelf , of aan de zijde van de Duitse politiediensten , over te gaan tot de aanhouding van personen (weerstanders , geallieerde piloten , joden , werkweigeraars enz.) , als deze bevolen werden door de bezetter of door één van zijn  verordeningen . Vooraf dient gesteld dat in de Belgische context een politiefunctionaris kon optreden in twee te onderscheiden hoedanigheden : als lid van de administratieve politie of als lid van de gerechtelijke politie . De administratieve functie werd geleid door de burgemeester , de provinciegouverneur en het ministerie van Binnenlandse Zaken en had een preventief doel in de gemeenten , het vermijden van de ordeverstoring en misdrijven of om schadegevallen te voorkomen .
Voor de gerechtelijke functie lag de verantwoordelijkheid bij de Procureur des Konings (het parket) van het arrondissement , de procureur-generaal en het ministerie van Justitie , die een repressief karakter had na het plegen van een misdrijf . Tijdens de bezetting diende men zich de vraag te stellen : mochten de Belgische politiediensten taken uitvoeren , of zich ten dienste stellen van de bezettende politiediensten , die enkel op Duitse verordeningen steunden en in strijd waren met de Belgische wetgeving?. De militaire bevelhebber Alexander von Falkenhausen , zag dit probleem in en daarom wilde hij met een brief van 24 juli 1941 orde op zaken stellen . Hij begon met te verwijzen naar het feit dat in bezet België de uitvoerende macht bij de militaire bevelhebber lag en dat zijn verordeningen voor de bevolking even bindend waren als de Belgische wetten . De Belgische politiediensten dienden de verordeningen dan ook uit te voeren , ook al waren daar geen rechtsgronden voor aanwezig in de Belgische wetgeving . De Belgische rijkswacht en politie waren verplicht de Duitse aanhoudingsbevelen uit te voeren of indien gevraagd , hulp te verlenen bij deze arrestaties . En dan bouwde hij in zijn brief een zinssnede in die voor interpretatie en betwisting vatbaar was : “ Wij begrijpen dat er aanhoudingen zijn waarvan de uitvoering door leden van de Belgische Veiligheid om sommige redenen aanleiding kunnen geven tot bezwaren . In die gevallen zullen de aanhoudingen in regel door leden der Duitse Veiligheid gedaan worden “. De kwesties van verantwoordelijkheid en de morele druk speelden in dit probleem een grote rol en uiteindelijk zou de Raad van Wetgeving voor een algemene regel zorgen waaraan onze politiediensten zich in theorie dienden te houden . Wanneer de bezetter maatregelen trof in het uitsluitend belang van het bezette land , moesten politie en rijkswacht die in beginsel uitvoeren . Indien echter de verordeningen ten goede kwamen aan het militair of politiek belang van de bezetter , was de Belgische Veiligheid niet verplicht deze uit te voeren . Dus , indien de bezetter wenste over te gaan tot aanhoudingen in het kader van inbreuken op zijn eigen verordeningen , en die niet strafbaar waren voor de Belgische wetgeving , dan diende hij zelf en zonder hulp van Belgische instanties tot de arrestaties over te gaan.

.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *