ANDERSON,Wallis(1890-1979) : Amerikaanse luitenant-kolonel en leider van de 1111e US geniegroep tijdens het Ardennenoffensief in december 1944. Zijn manschappen leverden voortreffelijk en puik werk in het opblazen van bruggen en het versperren van de wegen, zodat de Duitse agressor moeilijk kon doorstoten in zijn vooropgestelde doel met de inname van de haven van Antwerpen. Anderson gaf het bevel tot het doen springen van de bruggen in Trois-Ponts* en Neufmoulin*. De twee voornaamste Amerikaanse genie-eenheden, die tijdens het Ardennenoffensief in actie kwamen waren de 51e en de 291e genie gevechtstroepen (Engineer Combat Battalions). In Malmédy, Stavelot en Trois-Ponts blokkeerden ze de opmars van de KG Peiper, zodat de manschappen van de 30e US Infantry Division en de 82e US Airborne Division, de tijd kregen hun defensieve posities in de nemen. Langs de verdedigingslijn van de Ourthe, hield de 51e US Engineer Combat Battalion de 116e Duitse Panzer Division tegen , waardoor de 3e US Armored Division en de 84e US Infantry Division eveneens hun verdedigende posities konden innemen. Toch willen we hier een minpuntje aanstippen in Andersons beleid in de eerste cruciale dagen van het Ardennenoffensief : oorspronkelijk had hij zijn hoofdkwartier in Trois-Ponts, waar hij op de hoogte gebracht werd dat tijdens de nacht van 17-18 december 1944 Duitse troepen (de KG Peiper*) afdaalden naar Stavelot. Hier bevond zich voor de vijand een brug over de Amblève, die van kapitaal belang was voor hun opmars. Anderson gaf het bevel troepen te sturen om Stavelot te verdedigen, maar vergat het bevel te geven de bewuste brug op te blazen. Dit had nare gevolgen voor de GI’s in het verloop van de strijd. Na hevige en bloedige gevechten kon de genie op 19 december 1944 om 19u15 de brug heroveren en toch in de lucht doen vliegen. Dit had als gevolg dat de troepen van Peiper afgesneden werden van elke bevoorrading en logistiek.
NB : W.Anderson speelde met zijn troepen daarna nog een belangrijke rol bij de oversteek van de Rijn over de brug van Remagen*.
