AMERSFOORT : stad in de Nederlandse provincie Utrecht, in de oorlogsliteratuur gekend vanwege het daar gelegen gewelddadigste en mensonterende naziconcentratiekamp in Nederland. Net voor WO II stond het bekend onder de naam “Boskamp” en was het een kamp van de Nederlandse infanterie. Het kamp werd olv. van de Sipo-SD in gebruik genomen vanaf 18 augustus 1941 tot 8 maart 1943 als interneringskamp en voor een tweede periode van 17 mei 1943 tot 19 april 1945, als doorgangskamp en strafkamp voor politieke gevangenen. Ongeveer 20.000 Nederlanders werden vanuit het kamp gedeporteerd naar de KZ van Mauthausen, Buchenwald, Sachsenhausen en Neuengamme. Honger , mishandeling, terreur en moord waren in het kamp van Amersfoort dagelijkse kost voor de meer dan de 47.000 gevangenen, die hier ooit verbleven. De kroon van het mishandelen van de gevangenen werd in het kamp gespannen door Josef Kotalla*, die algemeen bekend werd als “de beul van Amersfoort”. Na de mislukte aanslag tegen de Duitse HSSPF Rauter* in Nederland, werden als vergelding op 8 maart 1945 in het kamp, 49 gevangenen gefusilleerd, het vuurpeloton stond hierbij onder de leiding van de kampcommandant Karl Berg (1907-1949). Op 19 april 1945 werd het kamp door de bezetter overgedragen aan het Rode Kruis. Naast de 468 verzetslieden en joden die hier werden doodgemarteld of terechtgesteld, zijn er ook ca. 100 Russische krijsgevangenen overleden (gevangen gemaakt bij de strijd rond Smolensk in 1941). Na de bevrijding werden in Amersfoort oorlogsmisdadigers en gearresteerde Nederlandse collaborateurs opgesloten. Het kamp is nu een Nationaal Monument.

Het kamp van Amersfoort, foto uit 1942-43, met gevangenen die aantreden bij het arbeidscommando. In het midden, de oorspronkelijke wachttoren staat nu aan het bezoekerscentrum. Rechts, barakken van het kamp.

Beeld van de “rozentuin” . Foto gedateerd op 9 april 1942 : twee Russische gevangenen (Oezbeken) in het kamp. Op het rechter beeld : 11 oktober 1944 gedetineerden van Amersfoort op weg naar het station bij het grootste transport (van 1.438 gevangenen) uit het kamp naar het KZ van Neuengamme en waarvan 82% de oorlog niet overleefden.

De officiële bevrijding van het kamp op 7 mei 1945. Na de oorlog werden in de onmiddellijke omgeving van het kamp verschillende massagraven ontdekt. Op de derde foto ziet men in het midden kampcommandant Karl Peter Berg. Hij werd als oorlogsmisdadiger gefusilleerd in 1949 in het Fort Bijlmer te Weesperkarspel.
Bij een bezoek aan het kamp zijn een paar zaken een must, zoals de “rozentuin”, waar vele gedetineerden een opgelegde straf ondergingen en de originele appelklok. Tegenover het gedenkcentrum begint het impressionante pad tussen de hoge wallen, die de gevangene aflegden als laatste weg naar hun dood op de fusilladeplaats, waar nu het monument van “De Stenen Man staat”. Op deze laatste plek, tegenover het kamp, was niet alleen een schietbaan voor de SS-ers gevestigd , maar het was tevens een executieplaats. Op de plaats van het monument werd na de bevrijding een massagraf ontdekt. Bemerk aan het beeld de rechter gebalde vuist en de linker open hand als teken van machteloze woede als men voor het vuurpeloton stond. Aan de voet van het beeld bevinden zich getekende vrijheidsduiven.



De toegangspoort, de appelplaats, de “rozentuin, de appelklok, die tweemaal per jaar, op 19 april en op 4 mei (de Nederlandse Nationale Herdenking nog wordt geluid) en De Stenen Man.