ALBERTKANAAL : 130km lang kanaal tussen het Luikse industriegebied en Antwerpen, gegraven tussen 1930-39. Het had een economische en militaire functie. Met een breedte van 50 à 60m. en het aanliggende fort van Eben-Emael*, vormde het een Belgische weerstandstelling tijdens de Achttiendaagse Veldtocht*. De vier belangrijke bruggen aan de oostelijke kant van het kanaal moesten bij een mogelijke Duitse inval, onmiddellijk worden opgeblazen. Het Belgische opperbevel had reeds voor 10 mei 1940 uitgemaakt, dat door een gebrek aan manschappen aan het Albertkanaal (en zonder reserves achter de hand), het onmogelijk zou zijn een Duitse aanval af te stoppen. Er werd besloten om aan het kanaal eerst alleen de schok van de invasie op te vangen en daarna, georganiseerd terug te vallen op de KW-linie, om daar met de steun van onze Franse en Engelse garanten de beslissende veldslag te leveren. In een met zweefvliegtuig uitgevoerde actie, die reeds maanden van tevoren in het grootste geheim door Duitse elitetroepen werd voorbereid, namen de Duitsers op 10 mei 1940 de kanaalbruggen van Vroenhoven* en Veldwezelt* en het fort van Eben–Emael in. De batterijen van Eben-Emael die op de twee vernoemde bruggen waren gericht, werden meteen bewust door de Duitse aanvallers uitgeschakeld. Alleen bij Gellik en Kanne werden de bruggen over het Albertkanaal door de Belgische genie tot ontploffing gebracht. Op 11 mei 1940 probeerden, in de vroege ochtend dappere piloten de onbeschadigde bruggen alsnog te vernietigen. Ze stegen met hun Fairey Battles op vanaf het vliegveld van Ursel (naar waar ze de dag voordien vanuit Evere waren uitgeweken). Het ging hierbij als het ware om een wanhoopsdaad, want het boordgeschut van de toestellen was niet opgewassen tegen de Duitse luchtafweer en de fragmentatiebommen die ze aan boord hadden zouden de bruggen nooit in hun totaliteit onbruikbaar kunnen gemaakt hebben voor Duitse tanks en troepen. Daar kwam nog bij dat op het vliegveld van Ursel, niet de geschikte ontstekers voor handen waren, voor het type bommen dat zou gebruikt worden. Hierdoor konden de vliegtuigen niet op de geschikte lage hoogte vliegen om hun vracht af te werpen, ze moesten hoger vliegen en waren meer blootgesteld aan de Duitse Flak. Onderweg naar hun bestemming werden de Fairey Battles tot overmaat van ramp thv. van de KW-linie in de regio van Leuven nog beschoten door eigen troepen. De verdedigers van de KW-linie waren niet op de hoogte van de opdracht en schoten op alles wat zich in de lucht bevond (voor hen was de Belgische luchtmacht al uitgeschakeld vanaf de eerste oorlogsdag en wat zich in het luchtruim bevond kon enkel van Duitse nationaliteit zijn). Drie toestellen gingen bij dit incident verloren. Nog drie andere Belgische vliegtuigen werden, voor ze hun doel bereikten, door de Duitsers uit de lucht gehaald. In samenwerking met Britse piloten werden de volgende dagen nog een paar pogingen ondernomen om de bruggen te vernielen zodat nog voor 15 mei 1940, dertig toestellen verloren gingen. Het Albertkanaal werd door de Belgische generale staf reeds vlug als verdedigingslijn opgegeven .
Bij de snelle geallieerde opmars van september 1944 door ons land met de verovering van Brussel (3 september 1944) en Antwerpen (4 september 1944), riskeerden het 15e (in het Westen) en het 7e Duitse Leger (in het Oosten) van mekaar te worden gescheiden door een gat van meer dan 100km. Deze voor de geallieerden opportune situatie werd door de Britse generaal Montgomery niet benut en kan gecatalogeerd worden als een militaire blunder. In plaats van onverminderd druk op de uiteengeslagen Duitse legers uit te oefenen, gingen de Britten pas 48u later, op 6 september 1944 over tot de aanval op het Albertkanaal. Tijdens deze twee cruciale dagen kregen de Duitsers de tijd een verdedigingslinie aan te leggen langs het kanaal. Oorspronkelijk met de 85e Duitse Infanteriedivisie van generaal K.Chill, die alle uit Frankrijk op de vlucht geslagen Duitse eenheden aan het Albertkanaal tegenhield om er aparte KG (Kampfgruppen) mee samen te stellen. Op 5 september 1944 werd de algehele verdediging van het Albertkanaal waargenomen door generaal Heinrich Reinhard, commandant van het 88e Duitse Legerkorps, die daarbij de hulp kreeg van het net opgerichte Duitse 1e Parachutistenleger olv. gen K.Student. Het vergde van de geallieerden een hevige en bloedige strijd van 2 weken vooraleer ze de Duitse verdediging aan het Albertkanaal konden doorbreken.
NB : tijdens het Ardennenoffensief, speelde het Albertkanaal zijn rol als aanvoerroute voor de logistiek en legermateriaal dat vanaf Antwerpen naar Luik vervoerd werd. Het bevoorraadde hierbij 1e en het 9e US Leger in de Ardennen. De Britten stonden voor de bewaking van het kanaal in deze periode in tot in Maasmechelen en de verdere route tot in Luik werd bewaakt door de Amerikanen.

Situatieschets en onder de rook van explosies steken Duitse elitetroepen in een rubberbootje het Albertkanaal over op 10 mei 1940. En uiterst rechts : beeld van de Duitse manschappen na de
verovering van de stelling in mei 1940. Op het laatste beeld : Brits neergehaald vliegtuig dat op 12 mei 1940 een aanval ondernam op de bruggen van het Albertkanaal.

Het Albertkanaal als Duitse verdedigingslijn tijdens de bevrijding in 1944.