ALARMLINIE : was aan de vooravond van de Duitse inval op ons land, de eerste van de zes opeenvolgende verdedigingslinies. Zij liep langs de grens met Nederland en Duitsland en bestond uit een groot aantal controleposten, Haar taak bestond erin alarm te slaan bij een mogelijke vijandelijke grensoverschrijding en dit zo snel mogelijk te melden aan het algemeen hoofdkwartier van het Belgische leger. Daarnaast moest over gegaan worden tot de reeds voorbereide vernielingen van belangrijke punten om de agressor op te houden. Achter de alarmlinie was de “vooruitgeschoven positie”, de volgende schakel in de Belgische verdediging. Deze liep van Beusdaal (aan de Nederlandse grens) tot Stavelot en omvatte 65 bunkers. Zij moest ervoor zorgen de omvang en de bewegingen van de aanvaller te achterhalen en tijd te winnen om zich daarna terug te trekken op de dekkingslinie*. Samen met de dekkingslinie en de eigenlijke verdedigingslinie was de alarmlinie één van de belangrijkste linies in ons verdedigingssysteem.