AHNENERBE : vrij vertaald als “de erfenis van de voorouders ”, was een ideologisch en multidisciplinair instituut van de SS door Himmler in het leven geroepen op 1 juli 1935 en vanaf 1939 volledig geïntegreerd in de SS , om onderzoek te verrichten naar de voorouderlijke Arische erfenis van het Duitse volk. Met pseudowetenschappelijk onderzoek wou Himmler de geestelijke wortels en het erfgoed van het superieure Germanendom bewijzen. Het was de bedoeling te zoeken naar raciale, wetenschappelijke, culturele, linguïstieke, archeologische en antropologische bewijzen van de superioriteit van het Arische ras. Achter de academische façade van de Ahnenerbe, wou Himmler de wereld bewijzen dat de Duitsers een superieur ras waren, die alles en iedereen moesten domineren. Tevens wou hij het Germaanse volk een heidense en goddeloze levensbeschouwing opleggen (gebaseerd op de Noordse mythologie) en het kristen-en jodendom uit de wereld verbannen. Naastenliefde en liefdadigheid pasten nu eenmaal niet in de “deugden” van de nazi’s. De Ahnenerbe stelde zich tot doel de Germaanse prehistorie een uitstraling te geven die alle oude beschavingen zou overtroeven. Maar feitelijk brachten de SS en de nazi’s met de Ahnenerbe geen nieuwe theorieën aan, deze vond men al terug in de literatuur van het begin van de 19e eeuw. Ze deden enkel aan reactionaire “renaissance” van bestaande ideeën. Als men aandachtig Hitlers “bijbel”, Mein Kampf leest, komt men tot hetzelfde besluit : raciale standpunten en “Lebensraum” waren niets nieuw onder de zon. De Ahnenerbe organiseerde expedities naar Oost-Europa, Noord-Afrika, Zuid-Amerika en Tibet om toch maar een historisch-wetenschappelijke bewijs te leveren dat het hoogwaardige Arische ras (het Herrenvolk) aan de basis lag van de menselijke beschaving. Maar aanwijzingen voor deze theorie werden nooit gevonden. De expeditie in Tibet vond veel weerklank in Duitsland en ze werd geleid door de antropoloog SS Hauptsturmführer Bruno Beger* en de bekende Duitse zoöloog en antropoloog Ernst Schäfer. Himmler was er van overtuigd dat de restanten van het Arische ras in de streken van Tibet verborgen lagen. Volgens hem beschikten de voorvaderen van het Duitse ras over bovennatuurlijke krachten, die de nazi’s goed zouden uitkomen voor hun verovering van de wereld. Vanaf 1943 bezocht Beger verschillende concentratiekampen (oa. Dachau en Auschwitz) om gevangenen te selecteren, die als onderzoeksmateriaal konden gebruikt worden. Zo zou bvb. het bestuderen van schedels van overleden joden en zigeuners het bewijs moeten leveren van hun inferieure afkomst.Een beruchte figuur die verbonden was met de Ahnenerbe was , Herman With* (1885-1981), een Nederlands-Duitse filoloog en historicus, die in 1935 mee aan de basis lag van het ontstaan van de organisatie en er korte tijd de leider van was. De algemene leiding van de Ahnenerbe van werd waargenomen door Wolfram Sievers* (1905-1948), die sinds 1929 lid was van de NSDAP en die het bracht het tot kolonel bij de SS. Hij gaf het bevel tot de vergassing van 86 joodse slachtoffers in het KZ van Natzweiler-Struthof zodat de Duitse professor anatomie August Hirt* (1898-1945), die verbonden was aan de universiteit van Straatsburg, de lichamen kon bestuderen en een collectie van joodse skeletten kon aanleggen. Sievers werd tijdens de processen van Neurenberg ter dood veroordeeld en op 2 juni 1948 opgehangen in de gevangenis van Landsberg. Hirt pleegde kort na de val van het Duitse Rijk op 2 juni 1945 zelfmoord. In juli 2015 ontdekten medewerkers van de universiteit in Straatsburg op het departement geneeskunde, een geheime kamer met gelabelde huidmonsters en ingewanden van Hirts experimenten.
NB 1: in België bezat de Ahnenerbe een mantelorganisatie, de Germaanse Werkgemeenschap Vlaanderen*.
NB 2 : nog een markante figuur, die verbonden was aan de Ahnenerbe was Otto Rahn*. Als SS-officier was hij geobsedeerd door de zoektocht naar de Heilige Graal.

E.Schäfer en op de foto rechts , met B.Beger* in Tibet. Embleem van de Ahnenerbe.