Home / 

A /
ACV

ACV

ACV (Algemeen Christelijk Vakverbond) : de katholieke vakbond olv. voorzitter H.Pauwels* had zich vóór de oorlog voorgenomen in geval van bezetting van ons land, alle activiteiten te stoppen. Op 13 november 1940 “verplichtte “ de Duitse overheid echter alle syndicaten in het land toe te treden tot een eenheidsvakbond de UHGA*(Unie van Hand- en Geestesarbeid). In samenspraak met de Kerk koos het ACV voor een voorzichtige aanwezigheidspolitiek. Bang om zijn invloed te verliezen en aangetrokken door de corporatistische ideeën van de UHGA, trad vooral de Vlaamse vleugel van de organisatie toe tot de Unie. Het ACV was in Vlaanderen veruit de grootste vakbond en dacht in de UHGA een primordiale rol te kunnen spelen door haar representativiteit. Bovendien was het niet tot de UHGA toetreden, vrij spel geven aan de VNV-Arbeidsorde in Vlaanderen. In Wallonië, bij de CSC (de Waalse ACV) was de toestand helemaal anders, daar was de katholieke vakbond duidelijk in de minderheid qua ledenaantal als men dit vergeleek met de socialisten. Het CSC zag daarom af van toetreding tot de UHGA. Binnen het ACV-CSC kwam het zo tot een splitsing in voor- en tegenstanders van de Unie. Leider van de contra’s (vooral Waalse militanten van het CSC) was de opzijgeschoven voorzitter H.Pauwels. Als later duidelijk werd dat de eenheidsvakbond een zuiver collaborerende functie van de bezetter bleek te zijn, trokken de oorspronkelijke voorstanders (oa. A.Cool*) zich op 7 augustus 1941 uit de UHGA terug. Dit terugtreden leidde, na een moeilijke periode (de Vlaamse ACV had zich immers gecompromitteerd) en na bemiddeling van kardinaal Van Roey*, tot een herstel van de samenhorigheid in het ACV in Vlaanderen en de CSC in Wallonië (en het vakbondsverzet tegen de Duitsers).Tijdens de bezetting voerden de voornaamste vakbonden ( het ACV en het ABVV*) in het geheim besprekingen met de werkgeversorganisaties ivm. de sociale toekomst. Dit mondde in april 1944 uit tot een ontwerpakkoord van sociale solidariteit.
NB : het ACV stond en staat als syndicaat nog steeds onder de katholieke overkoepelende organisatie van het ACW (Algemeen Christelijk Werkersverbond , later Werknemersverbond). Het ACW gold voor de oorlog als een imposante katholieke beweging, die met een netwerk van diensten en organisaties alle sectoren van het maatschappelijk leven bestreek. Naast haar politieke taak groepeerde het ACW : vakbonden , mutualiteiten , vrouwenverenigingen en jeugdorganisaties.

                                                                      

.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *