ABRI : algemeen gangbare naam voor een schuilplaats of schuilkelder waar men zich kon in veiligheid brengen en beschutting zoeken igv. lucht- of artillerieaanvallen. De mensen werden meestal van een nakende aanval verwittigd door een loeiende sirene als teken om een schuilplaats op te zoeken. De sirene werd terug geactiveerd toen men de schuilplaats mocht verlaten , als de aanval en het gevaar voorbij waren. Naast gemeenschappelijke schuilkelders werden ook “individuele” kelders gebouwd. Vooral de zogenaamde Anderson-schuilkelder was veel in gebruik. Het was een constructie voor een paar personen en bestond uit een tunnel van stalen golfplaten , die in de tuin werd ingegraven en bedekt werd met aarde. De meest gangbanbare abri bestond uit een grote put afgewerkt met boomstammen aan de zijkant met daarbovenop nog eens boomstammen als “afdekplaat” met aarde erop. Voor de mensen die geen tuin bezaten werd in Engeland een Morrisson-model ontworpen, dit was een stalen kooi die binnenshuis diende om zich te beschermen .

Gemeenschappelijke schuilkelder, en voorstelling van een Anderson en een Morrisson schuilkelder. Mannen graven een abri ,die moest dienen als schuilplaats.