ABBEVILLE : stad in het noorden van Frankrijk (departement van de Somme).Tijdens WO II belangrijk voor twee gebeurtenissen.
1. op 20 mei 1940 trokken Duitse troepen om 18u30 Abbeville aan de Kanaalkust binnen en dreven een wig tussen de geallieerde legers : het Britse leger (BEF*) , het Belgische leger en enkele Franse eenheden werden in het noorden afgesneden van het Franse leger in het zuiden. Het BEF en de Belgen werden zo omsingeld en kwamen in de val te zitten.

2. het bloedbad van Abbeville : op 20 mei 1940 werden 21 “verdachte” personen (waaronder als bekendste Joris Van Severen* : leider van het Verdinaso*) door Franse soldaten terechtgesteld.
Wie waren die “verdachten” , hoe komen ze hier terecht en wat is de oorzaak van hun executie? . Zich baserend op een besluitwet van 12 oktober 1918 , wordt op 22 maart 1940 door minister van justitie P.Janson* , auditeur-generaal W.Ganshof van der Meersch* en de chef van de staatsveiligheid R.de Foy* overeengekomen , om in geval van buitenlandse agressie onmiddellijk over te gaan tot de arrestatie en wegvoering van alle staatsgevaarlijke individuen. In de vroege morgen van 10 mei 1940 werd begonnen met de aanhouding van “verdachten” .Door het chaotisch en willekeurig verloop van de arrestaties heeft men nooit exact kunnen achterhalen hoeveel “verdachten” in totaal werden opgepakt. Ramingen spreken over 3.000 à 6.000 arrestanten. De groep van 78 personen die ons specifiek interesseert worden vooral in Brugge en in Brussel aangehouden. Tot 15 mei 1940 verbleven ze in de gevangenis van ’t Pandreitje te Brugge daarna werden ze , op bevel van het Belgische leger , in bussen onder leiding van A.Delierneux* (de toenmalige directeur van de Centrale Dienst van het Gevangeniswezen) en begeleid door Belgische gendarmes richting Frankrijk gevoerd . Onder de 78 bevonden zich 20 personen , die reeds voor 10 mei 1940 wegens spionage voor Duitsland gearresteerd waren en 16 uit Duitsland of Oost-Europa gevluchte joden. De groep omvatte 21 Belgen (13 Vlamingen en 8 Walen) en 57 buitenlanders. Bij de Belgen : twee Rexisten (L.Degrelle* en R.Wéry*), twee Dinaso´s (J.Van Severen en J.Ryckoort*), één VNV´er (M.Van Gijsegem*),een Belgische soldaat die te “vlaamsgezind” was voor het leger (L.Fevery), drie communisten(Monami* , Caestecker* en Van Dijcke), een zogezegde dubbelspion voor de Engelse Intelligence Service (A.Mareel*), een witloofhandelaar (G.Vermeylen*) die toevallig werd opgepakt omdat hij aangehouden “verdachten” naar de gevangenis van St.Gillis moest vervoeren en tenslotte drie vrouwen : Maria Ceuterick(60j) met haar dochter (Gabriëlle Geerolf) en kleindochter (Gaby Warris*,18j) . In het konvooi bevonden zich ook Duitse Abwehr-agenten (R.Schneeweiss*, O.Trees* en P.Günther , deze laatste overleefde het bloedbad niet) , twee Nederlandse Abwehr-spionnen (Van de Loo en Van den Plas : allebei werden in Abbeville terechtgesteld), drie Belgische Abwehr-agenten (De Bruyn en Vanderkelen vonden alle twee de dood en L.Fevery overleefde), de Fransman François Thomas en Luxembugse Abwehr-agent , Etienne Schmitt* hebben meer geluk en overleven het bloedbad. Thomas was een Elzasser , gedeserteerd uit het Franse leger en werkte voor de Abwehr. Tijdens de overbrenging van de overlevenden van het bloedbad naar de gevangenis van Rouen slaagde hij erin om uit het konvooi te ontsnappen. Voor Schmitt was zijn overleving van het bloedbad, uitstel van executie , want op 3 augustus 1943 wordt hij in Tubize door de Belgische weerstanders omgebracht. Max Baltensperger (1906-1964) was een Zwitser , die als bediende werkte in Schaarbeek en spioneerde voor de Abwehr , hij overleefde het bloedbad.Buiten de Abwehr-mannen trof men er ook een Duitse medewerker van de Organisation Todt (Becker)en een Spaanse fascist (Mercader*) aan. Beide laatsten overleefden Abbeville en Mercader werd tijdens WO II medewerker van de Sipo-SD* in Brussel.Bij deze heterogene groep van 78 arrestanten bevonden zich ook 18 joden en 9 Italianen waarvan vier overtuigde anti-fascisten. De Italiaanse anarchist Corrado Perissimo (1914-1981) was een anti-fascist die zijn land ontvlucht was en in België vertoefde .Tijdens de overbrenging van de arrestanten naar Frankrijk werd hij geketend aan Léon Degrelle.

C.Perissimo.
Het konvooi vertrok met drie autobussen (van de lijn Brugge-Blankenberge) de 15e mei 1940 om 07u30 vanuit Brugge. De gevangenen werden bewaakt door Belgische rijkswachters ,acht in elke bus, die tijdens het traject zeer brutaal optraden tegen de arrestanten, die twee aan twee geketend begonnen aan een dramatische tocht. Niet alleen verbaal maar ook fysiek kregen de 78 “verdachten” het erg te verduren want met rake klappen, die de rijkswachters uitdeelden takelden ze verschillende individuen hard toe. Zo kreeg de Duitse benedictijn Ludwig Wächter* (broeder Thomas , ° 1898) een harde klap van een matrak in het gelaat , hij bloedde erg , zijn neus was gebroken en een oog puilt uit zijn oogkas .Het konvooi stond onder toezicht van A.Delierneux , die met zijn wagen de bussen voorreed. Hij had zijn vrouw en dochter mee , want na de gevangenen overgemaakt te hebben aan de Franse autoriteiten was hij zinnens verder naar het zuiden te rijden om het oorlogsgeweld te ontvluchten. De route ging vanuit Brugge naar Oostende , in De Panne werd de grens overgestoken om een eerste halte te houden in de Jean Bart-kazerne te Duinkerke. Hier speelde zich een macaber feit af : de aanwezige Franse militairen herkenden Rex-leider L.Degrelle , hij werd van de bus gehaald ,na een korte “ondervraging” zagen zijn medegevangenen hoe hij achter de toiletten werd geleid waarna geweerschoten weerklonken. Iedereen was ervan overtuigd dat Degrelle gefusilleerd werd , in feite ging het hier om een schijnexecutie. Zonder Degrelle ging de rit verder en om 19u bereikte het konvooi de gevangenis van Béthune. Hier maakten Delierneux en de Belgische rijkswachters de gevangenen over aan de Franse cipiers, hun dossiers en persoonlijke bezittingen werden er eveneens overgemaakt aan de Franse autoriteiten. Aan de groep werd een in de gevangenis opgesloten verdachte , Adolphe Wybon* (1906-1944) toegevoegd zodat ze terug met 78 personen waren .Vier dagen later ,op 19 mei 1940 ging de reis verder richting zuiden en ´s avonds bereikte de groep, onder bewaking van Franse gendarmes rond 22u Abbeville.

Krantenartikel ivm. “executie” van L.Degrelle in Le Soir van 25 juni 1940. De gevolgde weg.
De Duitse Wehrmacht stond op het punt Abbeville in te nemen en de Luftwaffe bestookte de stad .Het Franse leger was in volle terugtocht en de verantwoordelijke gendarmes wisten niet wat gedaan met hun gevangenen. Aangezien er zogezegd geen plaats was in de gevangenis werd het konvooi doorverwezen naar de plaatselijke legerkazerne Courbet. Het niet onderbrengen van de “ verdachten” in de gevangenis werd dikwijls toegeschreven aan het feit dat de gevangenis overvol was. Later werd duidelijk dat het eerder een administratief probleem was die aan de basis lag. De gevangenisdirectie wou de gevangenen niet onder zijn hoede nemen zonder een bevel van een magistraat en blijkbaar waren alle magistraten de bestookte stad al lang ontvlucht. Door de officier van wacht in de kazerne werd besloten de “verdachten” onder hoede van het leger te plaatsen en ze voorlopig op te sluiten in de kelder van de muziekkiosk van het stadspark. Zonder bed, eten en drinken, laat staan hygiënische voorzieningen brachten de gevangenen hier de nacht door. Buiten hielden reservisten van het 28e RR (Regionaal regiment) de wacht.
De muziekkiosk van Abbeville, gebouwd in 1933. De valluiken die toegang geven op de kelder.

Links : foto van net na het drama met de open valluiken en de trap naar de kelder (een trap waar nog duidelijk bloedsporen aanwezig waren) en de kelder onder de muziekkiosk.
De volgende dag ,20 mei 1940 , werd Abbeville bijna de ganse dag door de Duitse Luftwaffe gebombardeerd. De dodentol aan burgers was zeer hoog , officieel ca. 2.500 doden waarvan slechts 55 inwoners van de stad zelf. Het overgrote deel van de slachtoffers waren vluchtelingen die trachtten zuidwaarts te trekken. Rond 18u30 trokken de eerste Duitse troepen door de stad. De Franse militairen van het 28e RR , die de wacht optrokken, wachtten ’s morgens tevergeefs op de autobussen die de gevangenen terug zouden komen oppikken. Niemand wist wat er met de arrestanten moest gebeuren. Over het verder verloop der feiten die zullen leiden tot de executie van 21 gevangenen bestaan er twee versies. Zo zou ten einde raad één van de wachten aan de kiosk naar de kazerne Courbet gegaan zijn om uit te maken wat er met de gevangenen diende te gebeuren, daar werd hem het mondeling bevel gegeven de 78 “spionnen” te fusilleren. De soldaten aan de kiosk durfden dit bevel echter niet zelf uit te voeren en gingen op zoek naar een meerdere , die de verantwoordelijkheid kon nemen. Niet ver daarvandaan vonden ze de 35 jarige sergeant François Mollet* , hij maakte deel uit van hetzelfde regiment en hield met een kleine eenheid de wacht aan een spoorweghuisje bij het stationnetje van de Porte du Bois. De andere versie luidt dat niet één van de wachten , maar de Franse gendarme , wachtmeester Tellier om bevelen ging naar de kazerne en contact opnam met sergeant Mollet. Tellier zou van de waarnemende plaatscommandant van Abbeville , kapitein Marcel Dingeon* , het mondeling bevel gekregen hebben een vuurpeloton samen te stellen teneinde de arrestanten in de kiosk te liquideren. François Mollet trok met enkele van zijn manschappen naar de kiosk en hij wilde bevestiging van het executiebevel. Daarom trok hij naar de kazerne op zoek naar kapitein Dingeon. Dingeon was heel goed op het hoogte van de “spionnen” in de kiosk , de avond voordien had hij immers van de leider van het konvooi alle papieren , waardevolle bezittingen en geld ( ± 300.000 Franse frank van toen !) van de gevangenen tegen een ontvangstbewijs in bewaring genomen. Hoogstwaarschijnlijk kwam van hem ook het idee de gevangenen voorlopig in de kelder van de muziekkiosk onder te brengen. Tegenover sgt.Mollet herhaalde kpt.Dingeon zijn bevel om alle “verdachten” in de kiosk van kant te maken. Hij beloofde hiervoor zo snel mogelijk een officier te sturen , maar er mocht geen tijd worden verloren en intussen moest Mollet al beginnen met de uitvoering van het bevel.

Kpt.Dingeon. Sgt.Mollet.
Vier per vier dienden de slachtoffers uit de kelder van de kiosk te komen , ze werden dan tegen de nabijgelegen muur van het park geplaatst en doodgeschoten. Bij de eerste groep waren 3 Italianen , F.Bellumat* (° 1903) , G.Mantella*(° 1900) , M.Taccardi*(°1906) en 1 Belg , H.Vanderkelen*(° 1900). Deze laatste was een pasteibakker uit Brussel ,die spioneerde voor Duitsland. De tweede groep bestond uit L.Lazzarelli*(°1892), de monnik L.Wächter*(°1898) , G.Klinzer*(°1901) en L.Hirschfeld*(°1905).Omdat de gevangenen aarzelden om naar buiten te komen wierp de Franse gendarm Tellier op een gegeven moment een handgranaat door het raam , Wilhelm Lein (persattaché bij de Duitse ambassade in Brussel) raapte ze op en gooide ze terug naar buiten (maar de granaat ontplofte echter niet , had Tellier er de pin vergeten uit te trekken?).De volgende groep arrestanten was samengesteld uit L.Monami*(°1899), J-H.De Bruyn*(°1907) , J.Höld*(°1903) en M.Sonin-Garfunkel*(°1893).Tussen de terechtstellingen in, waren er pauzes al dan niet gepaard met luchtalarm , want de Luftwaffe bleef onverminderd de stad bestoken. Intussen was de plaatscommandant ,kapitein Dingeon , de stad ontvlucht en had hij al het geld en de bezittingen van de arrestanten meegenomen. Nadat er al 12 slachtoffers waren afgeslacht verscheen de Franse luitenant René Caron* ten tonele .Hij werd op vraag van sgt.Mollet , door zijn overste , compagniecommandant kapitein Alfred Rollé , als officier naar de kiosk gestuurd. Caron hield de slachting niet tegen , integendeel hij wilde spoed zetten achter de terechtstellingen en gaf het bevel de “landverraders”, zoals hij de gevangene noemde, per vijf uit de kioskkelder te halen .Rond het gebeuren hadden intussen ook enkele burgers , zelfs kinderen , postgevat om de slachtpartij te aanschouwen (zelfs aan te moedigen). Plots stapte J.Van Severen (gevolgd door zijn trouwe volgeling en secretaris J.Ryckoort) op eigen initiatief naar buiten , hij wilde lt.Caron wijzen op zijn onverantwoorde daad, maar Caron had hier geen oren naar en beiden worden afgemaakt .Daarna werd de bejaarde Maria Ceuterick uit de kelder gesleurd , zij werd niet gefusilleerd maar met 5 bajonetsteken in de borst en geweerkolfslagen op haar schedel vermoord. Onder de gevangenen bevond zich Robert Bell*(°1905), die probeerde deze tijdens een onoplettendheid van de Franse militairen te vluchten .Hij zette het op een lopen maar door een goed gericht schot van sgt.Mollet werd hij neergeschoten.

De levenloze lichamen van (van voor naar achter) : Het gemutileerde lichaam van mevrouw Ceuterick.
Ryckoort, Van Severen,Wéry (kaalhoofd) en twee Italianen.
Plots verscheen luitenant Jean Leclabart aan de kiosk , hij was op zoek naar zijn collega Caron. Leclabart diende hem het bevel van kapitein Rollé over te maken dat alle Franse troepen wegens de snelle Duitse opmars zich onmiddellijk achter de Somme moesten terugtrekken. Aangekomen bij de kiosk maakte Leclabart een einde aan het sinistere en zinloze gebeuren. Lt.Caron kon immers geen schriftelijk bevel voorleggen dat de executie van de gevangenen verantwoorde Leclabart wees hem op de ernstige gevolgen dat zijn daad kon hebben. Intussen waren al 21 slachtoffers omgebracht waaronder 8 Belgen.

Lt. Caron. Lt.Leclabart. Foto van 21 mei 1940, rond de kiosk ligt de achtergelaten bagage van de gevangenen ,
daarnaast, een beeld van het voorlopig massagraf naast de kiosk.
Luitenant Leclabart nam de leiding over en voerde de gevangenen via het centrum van Abbeville af richting Rouen. Een aangehouden Deense ingenieur Paul,Winter (°1889) wist tijdens een bombardement op Abbeville uit de groep te ontsnappen en maakte van de verwarring gebruik om te vluchten . Hij hield zich schuil tot ´s anderendaags en werd gered door de Duitsers die de stad innamen .Hij lichtte als eerste de Duitsers in over het bloedbad .Winter zou later voor de Abwehr in Lille gewerkt hebben. In Fourcamont (10km voorbij Blagny) werd de groep gesplitst , de Franse soldaten eisten er een Belgische militaire vrachtwagen op . Dertig gevangenen en enkele bewakers namen plaats in het voertuig (oa. Gaby Warris en haar moeder), de rest vervolgde zijn weg te voet. Dezelfde dag bereikte de vrachtwagen Rouen en de arrestanten worden geïnterneerd in het “camp d’attente “ van Rouen. In dit interneringskamp zaten allerlei “verdachten”, gedeporteerden uit België en vluchtelingen waaronder vele joden, die door de Franse rijkswacht waren opgepakt.Op 24 mei 1940 kwamen twee Belgische officieren in het kamp aan om de opgesloten Belgen te ondervragen. Joseph Dehennin* en Paul Demez* waren verbindingsofficieren bij het Franse leger . Ze kwamen snel tot de vaststelling dat vele Belgen onschuldig werden vastgehouden en drongen aan op hun onmiddellijke vrijlating. Op 1 juni 1940 kwamen 7 landgenoten die het bloedbad van Abbeville overleefden vrij , naast Gaby Warris en haar moeder herwonnen oa. ook VNV-er M.Van Gijsegem en witloofhandelaar G.Vermeylen hun vrijheid.

Barak van het sinistere “camp d’attente “ in Rouen. P.Demez J.Dehennin.
De sluwe A.Mareel legde het anders aan boord , hij herwon zijn vrijheid door zijn diensten aan te bieden aan de Franse militaire geheime dienst .De rest van de overlevenden bereikten te voet op 24 mei 1940 Rouen . Alvorens te worden opgesloten in de gevangenis werden ze in een Frans hoofdkwartier ondervraagd. Verbijsterd stelden ze vast dat één van de medewerkers van de Franse geheime dienst , niemand minder was dan A.Mareel , één van hun vroegere medegevangenen in de kiosk van Abeville. Op 8 juni 1940 werd Rouen door de Duitse Luftwaffe gebombardeerd en de gevangenen werden geëvacueerd om uiteindelijk op 9 juni 1940 in de centrale gevangenis (later in het huis van bewaring) van Caen te belanden. Hier werden ze op 21 juni 1940 door de Duitsers bevrijd, zonder onderscheid (joden , anti-fascisten , communisten) werden allen vrijgelaten. Onnodig te zeggen dat de Duitse propaganda-afdeling hier uitgebreid op inspeelde.
LIJST VAN DE SLACHTOFFERS :
– Joris Van Severen (Verdinaso-leider) en zijn secretaris Jan Ryckoort.

J.Van Severen. J.Ryckoort
– René Wéry (Rexist) : wisselagent uit Brussel.

– Lodewijk Caestecker en Lucien Monami (communisten). Monami* (° 1899) woonde in Sint-Gillis en was er communistisch gemeenteraadslid.

L.Caestecker. L.Monami.
– Jean De Bruyn en Hector Vanderkelen(beiden Abwehr-spionnen voor Duitsland).
– Maria Ceuterick -Geerolf (° 1879) : onbekend waarom zij door de Belgische politie werd opgepakt. Zij was de vrouw van de gepensioneerde liberale industrieel Oscar Geerolf en de familie was graag gezien in Brugge.Dat was niet het geval met hun Nederlandse eigenzinnige en protestantse schoonzoon Ernst Warris(1894-1976). Deze laatste was ingenieur-architect en hield er duidelijke rechtse en pro-Duitse sympathieën op na. Hij was gehuwd met de dochter van het koppel, Marie Gabrielle (1901-1969) , ze was geboren in Antwerpen maar had door haar man de Nederlandse nationaliteit aangenomen. Op 10 mei 1940 vertoefden Marie Gabrielle en haar drie dochters bij haar ouders in Brugge in de Gaspaardstraat. Om 10u belden rijkwachters aan om E.Warris te arresteren , maar toen bleek dat hij afwezig was en in Nederland verbleef namen ze zijn echtgenote mee. Later op de dag werden ook nog haar moeder ,Maria Ceuterick ,en haar oudste dochter Gaby Warris (1922-2013) aangehouden en opgesloten in de gevangenis van ’t Pandreitje.De arrestatie van de drie vrouwen was louter en alleen gebaseerd op vermoedens, geruchten en kwade trouw. Maria Gabrielle Geerolf en Gaby Warris overleefden het drama van Abbeville en werden op 25 mei 1940 bevrijd in Rouen.

M.Ceuterick op wandel in Brugge. Ernst Warris. Marie Gabrielle Geerolf. Gaby Warris.
– Robert Bell* : Canadese trainer van het Duitse nationale ijshockeyteam en door de Belgische Staatsveiligheid verdacht als Duitse spion. Hij werkte inderdaad voor de Abwehr.
– Ferrucio Bellumat*, Luigi Lazzarelli (° 1892) en Mirko Taccardi : drie Italianen woonachtig te Brussel , hadden om politieke redenen Italië verlaten, ze waren nml. anti-fascisten. Lazzarelli was journalist (woonde in Sint-Gillis) en was leider van de Italiaanse socialistische partij in België.Tevens stond hij op zeer goede voet met de Belgische BWP (oa. met vakbondsleider J.Rens*).

L.Lazzarelli.
-Giuseppe Mantella : Italiaan uit Brussel , zonder politieke geaardheid, zat volgens de Belgische recherche in het misdaad milieu.
– Willem Van de Loo en Johannes Van den Plas : twee Nederlandse spionnen voor Duitsland. Van de Loo werd door de Belgische Staatsveiligheid gearresteerd op 24 oktober 1939 en Van den Plas op 2 maart 1940.
– Ludwig Wachter : broeder Thomas ,Duitse monnik uit de benedictijnerabdij van Affligem (waar hij sinds 1937 verbleef), volgens sommige bronnen was hij zwakzinnig.

– Paul Günther : Abwehr-agent (onder het alias , Emil Buschgens) , door de Belgische Staatsveiligheid opgepakt op 1 februari 1940.
– Leon Hirschfeld : Oostenrijker die leed aan schizofrenie en opgepakt door Belgische soldaten omdat hij Duits sprak.
– Joseph Höld : Duitser en diepdruk-etser, woonde al in België sinds 1931 en was apolitiek. Hij werkte in de drukkerij van de abdij van Averbode. Op het moment van zijn arrestatie op 10 mei 1940 stond hij op het punt te vertrekken met al zijn spaargeld. Volgens zijn werkgever om te ontkomen aan de Duitse militaire dienstplicht , volgens zijn vrouw , wilde hij naar Duitsland vertrekken.

– Gilbert Klinzner : Duitser woonachtig in België en politiek inactief.
– Miguel Sonin-Garfunkel : Hongaarse jood woonachtig in Brussel en gekend anti-fascist en ex-brigadist tijdens Spaanse burgeroorlog.
WEETJES :
. J.Van Severen had geen geluk : senator P.Nothomb stelde zich na de aanhouding van Van Severen, voor hem garant , maar kon hem niet op tijd vrij krijgen.

Senator Pierre Nothomb en zijn brief (op datum van 13 mei 1940) aan Van Severen ,waarin hij hem laat weten dat hij zijn invrijheidstelling heeft bekomen .Helaas kwam de brief te laat.
. Rex-leider L.Degrelle werd in Béthune van de bus gehaald en ontsnapte op het nippertje aan de dood (de Fransen wilden hem direct fusilleren). In de groep werd Degrelle vervangen door A.Wybon (had als zoon van een Belgische vader in Frankrijk, voor de Belgische nationaliteit gekozen om zo te ontsnappen aan militaire dienstplicht).Degrelle kwam na verschillende gevangenissen uiteindelijk in het kamp van Le Vernet terecht (hier werd hij op 23 juli 1940 bevrijd door tussenkomst van O.Abetz*).
. ongeveer een vierde van de 78 opgeslotenen in de kiosk van Abbeville stonden in contact met de Duitse inlichtingendienst.
. de Belg Leopold Fevery*(°1917) deed als soldaat dienst aan het Albertkanaal en werd op 7 mei 1940 door de Belgische Staatsveiligheid gearresteerd op verdenking van spionage. Fevery werkte inderdaad voor de Duitse Abwehr en overleefde de slachting van Abbeville.
. “ de vier van Athus “ : 4 inwoners uit Athus , twee Luxembergers : de electricien Jean Kripeler (°1917) en zijn schoonbroer de verkoper Eugène Scholler(°1920) en een Belgisch koppeltje , Jean Bayenet* (°1947) en Henriette Bernardy werkten alle vier voor de Abwehr van Trier. Ze werden tezamen door de Belgische Staatsveiligheid gearresteerd op 14 maart 1940. Allen ontsnapten op het nippertje aan de dood in de kiosk(door de aankomst van lt. Leclabart).
. tijdens het bloedbad van Abbeville waren de bevoegde Franse soldaten absoluut niet dronken .Dit is een fabeltje dat veel ingang vond in boeken en andere geschriften over het voorval.
. bij de gearresteerden zat ook A.Goldwasser *: een kleermaker uit Brussel , hij bleef gespaard van executie in Abbeville , maar werd later als jood opgepakt in België .Op 19 april 1943 zat hij op het beroemde 20e transport naar Auschwitz , in de buurt van Boortmeerbeek* kon hij tijdens de beroemde raid op de trein uit één van de wagons ontsnappen en werd zo een tweede maal gered van de dood.
. de grootste “vis” : Abwehr-agent Rudolf Schneeweiss, alias Hauptmann Robert Schwartz ontsnapte in Abbeville aan de dood en overleefde WO II . Hij was officier van de Abwehrstelle Münster.
. toen de Duitsers bij de verovering van de stad het massacre ontdekten werden de slachtoffers ter plekke in een massagraf begraven .

De muur met de gefusilleerden zoals ze door de Duitsers werden ontdekt .Rechts : foto uit Het Algemeen Nieuws van 6 juli 1940 : de lokalisatie van het massagraf waar de
slachtoffers werden begraven vóór de opgraving.

De opgraving van de lijken, links herkent men J.Van Severen. Het kerkhof van Abbeville.
Van Severen en Ryckoort werden in 1949 herbegraven op het cimetière de la Chapelle (avenue de la Chapelle 80100 Abbeville). Op de begraafplaats zijn opvallend veel anonieme graven van vluchtelingen die tijdens de Duitse bombardementen op de stad in mei 1940 om het leven kwamen. Abbeville was de uiterste grens van wat ooit de Bourgondische Nederlanden waren , een unie waar Van Severen in de jaren 1930 zo voor geijverd had. Er werd voor Van Severen en Ryckoort een praalgraf opgericht door oud-Dinaso’s, het werd voltooid in 1951 en bestaat uit twee zwart granieten grafstenen. Vlak bij het praalgraf ligt Rachel Baes (de minnares van Van Severen) begraven in een anoniem graf. Zij stierf in 1983 en wou volgens haar laatste wilsbeschikking op hetzelfde kerkhof begraven worden in de schaduw van haar geliefde. Jaarlijks in de maand mei organiseren Vlaams-nationale groeperingen een bedevaart naar het graf van J.Van Severen .Hij wordt voorgesteld als een Vlaams-nationalist, maar net vóór WO II stelde Van Severen zich op als Belgisch patriot, een unitarist, trouw aan de koning en anti-Duits . In Vlaanderen bestaat er ook een stichting “Joris Van Severen “ , ze organiseert jaarlijks een herdenkingsmis voor de leider van het Verdinaso en de slachtoffers van 20 mei 1940 in Abbeville (vroeger ging de viering door in de abdij van Steenbrugge , sinds 2007 in de abdij van Male).In de passage van de Wollestraat nr.41-47 te Brugge op een paar passen van de woning van Van Severen , waar hij op 10 mei 1940 gearresteerd werd , hangt een gedenkplaat voor de 4 Bruggelingen die op 20 mei 1940 de dood vonden bij het drama in Abbeville. De lichamen van L.Caestecker, L.Monami en mevrouw Ceuterick werden naar België gerepatrieerd en sinds 1978, liggen ze naast elkaar begraven op het ereperk van de begraafplaats in De Panne.

Het praalgraf van J.Van Severen en J.Ryckoort in Abbeville. De graven van Caestecker,Monami en Ceuterick in De Panne.
. de Belgische bevolking vernam het nieuws over de fusillade van Abbeville pas op 6 juni 1940, toen het incident vermeld werd door de Duitse radio.
. aangezien er verschillende Abwehr-agenten het leven lieten in dit bloedbad stelde de Duitse overheid vanaf 11 juni 1940 een onderzoek in en spoorden de verantwoordelijken op. Het doodschieten van weerloze burgers was immers een oorlogsmisdaad en de Duitse propaganda kon hiermee het Franse leger in een negatief daglicht stellen. Op 20 juni 1940 werd olv.de Abwehr-agenten Richard Gerken en Ferdinand Brandt (ze waren vergezeld door A.Mareel) een onderzoek gestart in Abeville .Er werd overgegaan tot de opgraving en de identificatie van de lijken uit het massagraf aan de kiosk. Daarna kregen de slachtoffers een individuele rustplaats op het kerkhof van de stad. Op bevel van het MB (Militair Bestuur) in België werd even later een “Sonderkommando Abbeville” opgericht om een nog grondiger onderzoek uit te voeren .Het bestond uit officieren van de Sipo-SD die naast de identificatie van de slachtoffers olv. criminoloog SS Hauptsturmführer Oskar Wenzky (1911-1980) , van de Sipo-SD Brussel ,ook de verantwoordelijke Franse militairen gingen opzoeken. Met de titel “Die Untersuchnung des Geiselmordes in Abbeville” , maakten de Duitsers een propagandafilm over de werkzaamheden van O.Wenzky.

. kpt.Dingeon , die het bevel tot executie had gegeven en de grote verantwoordelijke voor het drama was , verliet Abbeville nog voor de executies begonnen waren. Hij vluchtte uiteindelijk naar onbezet Frankrijk , hij was dikwijls dronken en verduisterde al het geld en de bezittingen , die van de gevangenen had meegenomen. Op 21 januari 1941 overleed hij in het militair hospitaal van Pau , officieel door een congestie , maar sterke geruchten hadden het over een zelfmoord met een overdosis slaappillen.

Overlijdensakte van kpt. Dingeon (49j.).
. lt.Caron en sgt.Molet werden op 4 september 1941 door de Duitsers gearresteerd . Na een proces werden ze beiden op 17 februari 1942 ter dood veroordeeld en op 7 april 1942 op de Mont-Valérien*
nabij Parijs terechtgesteld. Caron wordt in Frankrijk nog altijd beschouwd als een held, zijn grafsteen vermeldt “Fusillé par les Allemands” en in Abbeville bestaat er zelfs een rue lt.Caron. Hij die een paar meter verder onschuldige burgers liet ombrengen kreeg een straatnaam , daar waar echte weerstanders uit de stad, die ook voor een Duits vuurpeloton stierven, dit niet kregen.Het feit dat hij terechtgesteld werd op de Mont-Valérien , een executieoord waar vele Franse verzetsleden het lieven laten , maakte van Caron een “weerstander”.
In het geboortedorp van sgt.Mollet,te Beaurevoir (naast Saint-Quentin) , werd er ook een straat naar hem genoemd , de rue François Mollet. In 2003 werd op de Mont-Valérien een gedenkteken onthuld in de vorm van een grote klok met daarop de 1.006 namen van de weerstanders , die hier gedurende WO II door de Duitsers werden gefusilleerd.De namen van Caron en Mollet (verkeerdelijk Molet geschreven) staan er ook op vermeld.

Krantenknipsels ivm. het proces en de terechtstelling van sgt.Mollet en lt.Caron. Executieplaats van Caron en Mollet op de Mont-Valérien. Rue lt. Caron in Abbeville.
. opmerkelijk is het feit dat de ijverige Franse gendarm Tellier , die ook aanwezig was tijdens het drama door de Duitse autoriteiten nooit werd opgespoord, ondervraagd of veroordeeld.
• VNV journalist Maurits Van Gijsegem*(1905-1977) uit Koekelberg overleefde de slachting en schreef zijn wedervaren in verschillende episodes in Volk en Staat. Later bundelde hij alles in een boek dat verscheen in 1942 : “Het bloedbad van Abbeville” (met een voorwoord van A.Borms*).

M.Van Gijsegem en zijn boek.
• mevrouw Gaby Warris*( 1922-2013) was de kleindochter van de vermoorde Mevr.Ceuterick , als 18 jarige zat zij samen met haar moeder en grootmoeder opgesloten in de kiosk. Over haar wedervaren van die bewuste twintigste mei 1940 gaf zij een boekje uit in 1994.

G.Warris in 1941 en later met de uitgave van haar boek.
• Achille Mareel (° 1909) uit Evere overleefde eveneens de slachting en was officieel een persattaché van de Japanse ambassade in Brussel en volgens zijn eigen zeggen, sinds september 1939 werkend voor de SIS*.Mareel stond echter bekend als een duister en onbetrouwbaar figuur.

A.Mareel in juni 1940 voor de muur in Abbeville waar de slachtoffers werden gedood, deze foto’s werden genomen tijdens de Duitse enquête van het bloedbad en kort na de oorlog.

Dezelfde lokalisatie in 2011 , en rechts de plaats waar de slachtoffers voorlopig werden begraven.
Als ALGEMENE CONCLUSIE voor het bloedbad van Abbeville op 20 mei 1940 geldt dat de Belgische Justitie en Staatsveiligheid na de Duitse inval van 10 mei 1940, inderdaad blunders maakten tijdens de arrestaties van “staatsgevaarlijke” individuen. Het voorval van Abbeville is één van de voorbeelden die aantonen dat hierbij incompetentie, foute beslissingen en misverstanden hebben geleid tot onrechtvaardige aanhoudingen. Er dient op gewezen dat in de groep van 78 personen wel degelijk Abwehr-agenten en spionnen zaten, maar het overgrote deel werd opgepakt op basis van een bepaalde reputatie, nationaliteit, taal, extremistische sympathieën of zelfs gewoon toeval. De verontwaardiging onder de Belgische bevolking omtrent het bloedbad van Abbeville was groot, zeker in deze “wondere zomer van 1940” waar de Belgische regering in ballingschap door het overgrote deel van de Belgen werd verguisd. En het was net deze regering die verantwoordelijk werd geacht voor het oppakken en deporteren van de “verdachten” bij het begin van de Duitse inval. Door het voorval in Abbeville en het wedervaren van enkele duizenden “verdachten” in Frankrijk, begonnen in de zomer van 1940 bepaalde mensen de Belgische staat te haten en kozen ze voor collaboratie met Duitsland. De Duitse en Vlaams-nationalistische propaganda maakten van de moord op Joris Van Severen in Abbeville , gebruik om de Belgische Staat te beschuldigen van diens dood en van de willekeur die gebruikt werd bij de aanhouding van de verdachten. Auditeur-generaal Ganshof van der Meersch en de administrateur van de staatsveiligheid De Foy werden door de Duitse autoriteiten gearresteerd en een tijd opgesloten . Van Severen werd in de collaborerende pers opgevoerd als een martelaar van het Vlaams-nationalisme , maar men vergat hierbij te vermelden dat hij sinds de nieuwe marsrichting van het Verdinaso , meer doorging als een patriot en een belgicist , die zich kantte tegen het separatisme. Van deze evolutie binnen het Verdinaso waren de Franse inlichtingsdiensten blijkbaar ook niet op de hoogte en de kreet die Van Severen in 1929 in het parlement aanhield : “La Belgique , qu’elle crève”, spookten nog door hun hoofd , zodanig dat op 10 mei 1940 het Verdinaso , meer dan het VNV door de Fransen in het oog werd gehouden.
Tenslotte kan men zich de vraag stellen , of het drama van Abbeville in België zo’n weerklank en aandacht zou gehad hebben , mocht Van Severen zich niet onder de slachtoffers bevonden hebben ? . En wat ook meestal in de beeldvorming en herinnering van “20 mei 1940 – Abbeville” ontbreekt , is het feit dat naast de 21 slachtoffers aan de kiosk , die bewuste dag , ruim 4.000 burgerslachtoffers in de stad vielen door de Duitse luchtaanvallen. Voor het merendeel betrof het vluchtelingen waaronder ook Belgen.

Kaartjes met de voornaamste lokalisaties.