AARSCHOT : martelarenstad uit WO I, die het tijdens de Tweede Wereldoorlog ook hard te verduren kreeg door zowel Duitse als geallieerde bombardementen. Aarschot vormde met zijn belangrijk knooppunt van spoorwegen, met spoorwegateliers en een rangeerstation een strategisch punt .In de aanloop naar WO II bood de stad onderdak aan het hoofdkwartier van het 2e Belgische Legerkorps en hier is een anekdote aan verbonden van net voor de bezetting. Vanaf augustus 1939 werd aan de Orleanstoren de wacht tegen mogelijke luchtaanvallen opgetrokken door reserveofficieren , die het niet zo nauw namen met hun taak . Meestal brachten ze hun tijd door met drinken en slapen. In de nacht van 14-15 april 1940 kregen de slapende bewakers het bezoek van een “slecht persoon” , die zonder dat de soldaten het opmerkten ,enkele papieren uit hun wachtboek scheurde. Maar daar bleef het niet bij, want het incident kreeg een staartje ,toen de bewuste onverlaat de papieren opstuurde naar het ministerie van Landsverdediging ,werd de klacht ernstig genomen en er werd een onderzoek ingesteld .Om zijn manschappen te verdedigen, trok de bevelvoerder van de bewakers in de tegenaanval en beweerde dat het voorval een complot was van vier VNV-verraders uit Aarschot. De VNV-ers kwamen daardoor op een zwarte lijst te staan en werden bij de Duitse inval in mei 1940 door de Belgische Staatsveiligheid als verdachten aangehouden en naar Frankrijk weggevoerd. In juli 1940 werden ze uit het kamp van Saint-Cyprien bevrijd.
Op 11 en 12 mei 1940 werd de stad het doelwit van de Duitse Luftwaffe , die het vooral gemunt had op het station. Bij de luchtaanval van 12 mei 1940 werd het stadhuis aan het Drossaerde compleet vernield. Hieronder een paar beelden van de toen aangerichte schade :

Het getroffen station.

Door de Duitse bombardementen werden eveneens (in volgorde van de beelden) getroffen : het Drossaerde, de Diestsestraat de Amerstraat en de Gasthuisstraat.
De stad werd officieel door de Duitsers bezet van 20 mei 1940 tot 5 september 1944 .Ondanks de aanwezigheid van relatief veel collaborateurs , werd Aarschot de bakermat van de verzetsbeweging de NKB-MRN , die er in oktober 1940 gesticht werd.In de aanloop van de geallieerde landingen in Normandië , werd de stad in de lente van 1944 ,als een voornaam verkeersknooppunt, door de geallieerden gebombardeerd. Tussen 7 mei en 22 mei 1944 werd Aarschot het doelwit van vier Amerikaanse luchtaanvallen , waarbij in het totaal 44 burgers om het leven kwamen en waarbij zeer veel woningen beschadigd werden. De eerste aanval van 7 mei 1944 op het station was onsuccesvol en zorgde voor veel collateral damage langs de Leuvensesteenweg en op de wijk Leen. Op 9 mei 1944 werd het stadscentrum door de geallieerde bommen getroffen en sneuvelden tientallen manschappen van de 12e SS Panzer Division die in de stad gestationeerd waren.
Hieronder verschillende foto’s van de schade door de geallieerde bombardementen van mei 1944 :

Aan het Statieplein. In de Statiestraat.

Aan de spoorwegateliers en het rangeerstation. In de Fabriekstraat.

Aan de ’s Hertogenmolens . En aan het Begijnhof.
Voor de Britse Grenadier Guards op 5 september 1944 , als bevrijders , langs de Leuvensesteenweg , de stad bereikten , hadden de Duitsers zich al uit de voeten gemaakt. Hieronder verschillende beelden van de bevrijding van Aarschot :


Verschillende beelden van de bevrijding op 5 september 1944 op het Schaluin.

Langs de Leuvensestraat. Aan de Th.De Beckerstraat.

En op de Grote Markt.
. op de parking Demervallei aan het Grenadier Guardplein staat een merkwaardig kunstwerk, als monument ter ere van de bevrijding van Aarschot op 5 september 1944 door de Britse Grenadier Guards .Het is een bronzen buste van een grenadier met berenmuts , rondom de sokkel beelden 14 kleine sculpturen het drama van de oorlog uit.
. op de hoek van de Markt en de Th.De Beckerstraat staat het oorlogsmonument van de stad. Het brengt hulde aan de slachtoffers uit beide Wereldoorlogen.
. als inwoner en weerstander van de stad werd pater J.Raskin*(1892-1943) op 1 juli 1951 geëerd met een standbeeld. Het bevindt zich aan de Hoogbrug (op de hoek van de Amerstraat en de Bogaardenstraat).

. in het portiek van het gebouw met huisnummer 21 aan de Leuvensestraat hangt een gedenkplaat aan het geboortehuis van kanunnik-weerstander Emile Borremans* (en zijn broer Louis).

. in het station van Aarschot (Statieplein) hangen gedenkplaten voor de slachtoffers van het spoorwegpersoneel die tijdens beide Wereldoorlogen om het leven kwamen.

. in de Jozef Tielemansstraat nr.10 hangt aan de gevel ,waar zijn ouderlijk huis stond (en waar hij werd aangehouden) ,een gedenkplaat voor weerstander L.Meyer* (één van de medestichters en drijvende krachten achter de verzetsbeweging van de NKB in Aarschot).

. op het kerkhof aan de Herseltsesteenweg staat een oorlogsmonument voor de slachtoffers van beide Wereldoorlogen met in de nabije omgeving een ereperk. Voor twee weerstanders (J.Claes * en L.Claes*) en een omgekomen verplichte arbeider in Duitsland uit WO II staan een aparte gedenksteen voor het oorlogsmonument.

. meer dan een bezoek waard is het stedelijk museum aan de Elisabethlaan nr. 103.Er wordt aandacht besteed aan het wedervaren van de stad gedurende de twee Wereldoorlogen.

NB : in stad bevinden zich verschillende Stolpersteine op de plaats waar weerstanders in WO II gearresteerd werden of woonden.