ADMINISTRATIEVE RECHTSMACHT : onder zware druk van het MB in Brussel, door het comité van secretarissen-generaal ingevoerde maatregel van 15 februari 1941 als reactie op de lakse houding van de magistratuur aangaande vervolgingen en veroordelingen van de overtredingen en misbruiken inzake voedselvoorziening, de zwarte markt, de rantsoenering en de prijzenvoorschriften. Vanaf deze datum werden de lokale bestuurlijke overheden (oa. gemeentelijke en provinciale ambtenaren) bevoegd sancties op te leggen aan de overtreders. De secretarissen-generaal verzetten zich oorspronkelijk tegen deze maatregel, maar als het MB ermee dreigde de Duitse graanleveringen aan België op te schorten, waren ze verplicht toe te geven. De magistratuur klaagde de ongrondwettelijkheid van de administratieve rechtspraak aan (ze aanzagen de maatregel als een inperking van de bevoegdheid van justitie) en dat zou in 1942 leiden tot een eerste gerechtelijke crisis. Op 14 mei 1942 vaardigde het MB een verordening uit die de magistratuur (en met name het Hof van Cassatie) verbood de rechtsgeldigheid van de besluiten van de secretarissen-generaal na te gaan op hun grondwettelijkheid. Als hoofd van het MB dreigde Reeder ermee de rechters die de verordening van 14 mei 1942 niet aanvaardden, te arresteren en zouden de Duitse militaire rechtbanken (met name, de Duitse krijgsraden) de veroordelingen inzake voedselvoorziening en controle op prijzen en lonen op zich nemen.
NB : administratieve sancties konden in eerste aanleg uitgesproken worden door de burgemeester of de arrondissementssecretaris en in tweede aanleg door de ministeries van Landbouw en Voedselvoorziening en van Economische Zaken of door het commissariaat voor Prijzen Lonen of door de gouverneurs.